Ferrer heeft ideale team in zijn hoofd
Tijdens de afgelopen week in Belek, waar Vitesse op trainingskamp was, heeft hij een beter beeld gekregen van de groep. „Ik heb het team in mijn hoofd zitten. Misschien dat er nog een aanvaller bij komt, misschien dat ik een speler op een andere plek neerzet. Maar ik zal na het duel met Karabukspor (zaterdag, 2-0 zege) niet veel meer veranderen.”
Verdediger Michihiro Yasuda ( gekocht van Gamba Osaka) en middenvelder Marti Riverola ( gehuurd van FC Barcelona) speelden in Belek hun eerste wedstrijden met Vitesse. Hoogstwaarschijnlijk staan beiden in het duel met Willem II in de basis. De kans is groot dat ook Jordi Lopez aan de aftrap verschijnt. De verdedigende middenvelder, die van Swansea City komt en een verleden heeft in de jeugd van FC Barcelona, voegde zich vrijdag bij de selectie en maakte in het treffen met Karabukspor een goede indruk.
Drie nieuwe gezichten dus bij Vitesse in amper een week tijd. Mensen die zondag met het bord op schoot naar Studio Sport kijken, zullen vreemd opkijken. Of toch ook weer niet. Lopez is alweer het twaalfde, nieuwe gezicht bij Vitesse sinds de komst van clubbaas Merab Zjordania in augustus 2010, proefspeler Haruna Babangida niet meegeteld: Delac, Rajkovic, Matic, Aissati, Barazite, Kashia, Chanturia, Pedersen, Kingston (al weg), Yasuda, Riverola en nu dus Lopez. En nummer 13 komt eraan: een extra spits. Want die is nodig, vindt Ferrer ook na de 2- 0 zege op Karabukspor, waarin spits Marcus Pedersen beide goals maakte.
Dat Pedersen zaterdagmiddag mee kon doen tegen de Turkse subtopper, was een verrassing. De Noor haakte tijdens de ochtendtraining af met liesklachten. Pedersen heeft al maanden last van zijn liezen. „Ik heb altijd een beetje pijn in mijn liezen. De afgelopen week heb ik veel getraind. Misschien was het overbelasting, maar het kan ook zijn dat mijn manier van spelen de oorzaak is van mijn klachten. Ik ben erg explosief.”
Dat er voor het sluiten van de transfermarkt (31 januari) waarschijnlijk een nieuwe spits bij komt, doet Pedersen weinig. „Ik ben niet bang voor concurrentie. Daar word ik beter van.”