15 augustus 2012 In de media

Theo Janssen zag de bui al hangen

Anderhalve maand geleden lag ik met Theo Janssen in de achtertuin van een hotel in De Lutte. De zon scheen, kop koffie erbij, gekwetter van vogels, de geur van vers gemaaid gras, comfortabele ligstoelen; het leven was, kortom, zo gek nog niet.
Maar Janssen begon ons gesprek mopperend. Theo houdt namelijk niet van trainingskampen. En dat was precies waarom Ajax zich die week had teruggetrokken in het Twentse land. Het leuke aan Janssen is dat hij zijn afkeer van die lange dagen in afzondering ook gewoon uitspreekt. Daar trekt hij dan een vies gezicht bij. Wat anderen daarvan vinden interesseert hem niet. Maar er was die middag meer aan de hand dan alleen zijn weerzin tegen conditietrainingen en vreemde bedden. De competitiestart was nog ver weg, maar Janssen zag de bui al hangen.

Tijdens het interview liepen we alle opties op het middenveld van Ajax langs. Op de controlerende plek had Vurnon Anita het beter gedaan dan hij, vond ook Janssen zelf, dus hij richtte zich op de positie van linkermiddenvelder. In die hoedanigheid had hij een belangrijk aandeel gehad in de sterke tweede seizoenshelft van Ajax. Dat smaakte naar meer.

Maar de situatie was veranderd in de zomer. Kolbeinn Sigthórsson was eindelijk hersteld van zijn enkelblessure, waardoor gelegenheidsspits Siem de Jong zijn ambt van middenvelder weer ging bekleden. Waardoor Christian Eriksen vermoedelijk van rechts naar links zou gaan verhuizen op het middenveld. Waardoor het perspectief van Janssen op een basisplaats aanmerkelijk vertroebelde. We telden daar de komst van Lasse Schone en de ontwikkeling van Thulani Serero bij op en we kwamen tot de conclusie dat er spannende weken voor hem waren aangebroken. ‘Stel nou dat de trainer gaat kiezen voor twee lopende spelers op het middenveld’, zei Janssen toen, doelend op Eriksen en De Jong. ‘Dan ziet het er somber voor me uit.’

Een paar ligstoelen verderop lag teammanager David Endt te soezen in de zon. ‘Ik ben blij dat David hier nog rondloopt’, zei Janssen opeens. ‘Bij hem kan ik altijd terecht voor een praatje of een dolletje.’ Theo vertelde hoeveel kompanen hij in korte tijd bij Ajax had uitgezwaaid. Na zijn komst van FC Twente, in de zomer van 2011, trok hij veel op met Maarten Stekelenburg. Die vertrok dezelfde maand nog naar AS Roma. Tijdens het seizoen was Janssen meestal in de buurt van André Ooijer en Jeroen Verhoeven te vinden. ; Of anders bij clubarts Edwin Goedhart en fysiotherapeut Jos Kortekaas.

Sinds deze zomer zijn ze allemaal weg. ‘Het wordt er niet gezelliger op’, concludeerde Janssen en hij keek naast zich of David Endt al wakker was. Dat bleek niet het geval. Ik vroeg hem of hij genoeg plezier beleefde aan zijn verblijf bij Ajax. De twijfels daarover heeft Janssen nooit kunnen wegnemen. Hij antwoordde dat het winnen van prijzen alles overstijgt, daarvoor was hij naar Ajax gekomen. ‘Maar ik wil wél spelen’, waarschuwde hij alvast. ‘Want anders word ik cynisch en chagrijnig.’

Ze hebben het gemerkt bij Ajax. Afgelopen zondag stond Janssen, na acht schamele speelminuten tegen AZ, met een bokkenpruik op de pers te woord. Drie dagen eerder was hij in het stadion van Vitesse onophoudelijk toegezongen door Arnhemse fans. En nu had Janssen moeten toezien hoe Serero, Sch0ne en Klaassen de voorkeur kregen voordat hij zelf eindelijk het veld op mocht. Hij bracht in die acht minuten meer klasse dan die andere drie middenvelders bij elkaar opgeteld in 135 minuten. Daar werd Janssen inderdaad cynisch en chagrijnig van. ‘Ajax weet wie het in huis heeft gehaald’, zei hij in De Lutte vorige maand. En Ajax weet ook wat het gaat missen, ondanks al zijn nukken, als Janssen vertrokken is. Meer dan ze lief is.

Voetbal International magazine week 33 / Foto’s SV

Hoofdsponsor: