Fred Rutten: ‘In welke film zit ik?’
Daarmee reageerde Rutten op cryptische wijze op de vraag, of hij er nog steeds vertrouwen in heeft dat de selectie van Vitesse voor het sluiten van de transferperiode ( 1 september) voldoende wordt versterkt. Een week eerder had de coach op dezelfde plek al de noodklok geluid. Toen noemde hij de trage onderhandelingen met Ajax in de transfer van Theo Janssen al ‘stroperig’.
Hoewel Janssen vrijdag eindelijk het licht op groen zag gaan, heeft de noodkreet van Rutten weinig effect gesorteerd. Tegenover het vertrek van de sterkmakers Alexander Büttner en Anthony Annan staat slechts de komst van Janssen. Vitesse legde deze week ook de Israëlische centrumverdediger Dan Mori vast, maar hij is net als de eerder gecontracteerde Simon Cziommer een aankoop voor de breedte.
„We hadden te weinig verdedigers”, expliceerde Rutten vrijdag. Dan, duidend op het wachten op versterking: „Het duurde te lang.
Daarom heb ik het zekere voor het onzekere genomen. Dan Mori is een speler die achter de centrumverdedigers Guram Kashia en Tomas Kalas staat. Hij hoort niet tot de categorie versterkingen die Vitesse deze zomer wil aantrekken. Maar Dan Mori is een goede speler. Hij kan zomaar aan spelen toekomen.”
Het is overigens nog niet duidelijk wanneer Rutten kan beschikken over Dan Mori. De 23- jarige international is momenteel in zijn vaderland, waar hij de papieren in orde moet maken die nodig zijn om in Nederland een tewerkstellingsvergunning te krijgen. Of dat voor de eerstvolgende thuiswedstrijd, op zondag 2 september tegen Feyenoord, allemaal is afgerond, is de vraag.
„Een week daarna ligt de competitie stil vanwege interlands, dat is in dat opzicht wel prettig”, aldus Rutten, die opnieuw cryptisch werd toen hem werd gevraagd met welk gevoel hij zondag naar Tilburg reist voor het duel met Willem II. „Dan moet ik even schakelen tussen de trainer en de werknemer van de club. Als trainer ga ik met een goed gevoel naar de wedstrijd toe. Als deze club iets wil, en dat wil het, dan moeten we dat zondag op het veld waarmaken.”
En: „Trainer zijn is een mooi vak dat goed bevalt. Soms als werknemer heb ik een wat minder goed gevoel. Ik hoop dat men bij de club in bepaalde structuren probeert anders te denken.”