28 september 2013 In de media

Kreten leveren geen punten op

Vitesse-trainer Peter Bosz (49) voetbalde tussen 1981 en 1984 in de hoofdmacht van de Arnhemse club. In die periode maakte hij ook de derby tegen NEC mee.
Voor trainer Peter Bosz van Vitesse is de Gelderse derby een wedstrijd als alle andere. „Ik schijn hem twee keer ge­speeld te hebben”, zegt Bosz.

„Daar is me onlangs door een journalist op gewezen. Ik kan het me niet meer herinneren. Ik word ook ouder. Mijn geheugen is nog prima, maar het is 35 jaar geleden. Destijds speelden we in de eerste divisie. Nu is er veel meer aan­dacht voor deze wedstrijd.”

Een deel van die aandacht kan hem gestolen worden. Bosz praat graag over voetbal, over het pro­ces waarin hij zit met het elftal dat hij graag aanvallend en attrac­tief wil laten spelen. Maar al het sentiment rondom de Gelderse derby is aan hem niet besteed.

„Ik snap dat jullie er over schrij­ven. En ik besef ook dat het duel heel belangrijk is voor de fans van beide clubs. Maar voor mij is het niet speciaal. Als voetballer of trai­ner kijk je er anders tegenaan. Ik kijk ernaar zoals ik ook naar ande­re wedstrijden kijk. Ik wil heel graag winnen, omdat we dan stij­gen op de ranglijst.”

Bosz zou met enkele stoere kre­ten eenvoudig een wit voetje kun­nen halen bij de Arnhemse achter­ban. Dat doet de Apeldoorner niet. „Ik weet dat de derby leeft onder de supporters en ik kan hier nu wel gaan zeggen dat het de wedstrijd van het jaar is. Maar als ik dat soort teksten ga roepen, dan gaan mijn spelers daar niet be­ter door voetballen. Als trainer kijk ik naar het feit dat er drie punten te verdienen zijn.”

Van een speciale voorbereiding is geen sprake. „Dat moet je juist niet doen. Het begint ermee het hier tegen jullie niet verder op te zwepen”, aldus Bosz, die in de voorbije drie seizoe­nen met Heracles Alme­lo de Twentse derby te­gen FC Twente mee­maakte. „We gingen bij Heracles voor 80 procent van onze ei­gen kwaliteiten uit.

Bij Vitesse kun je dat misschien voor 90 of 95 procent doen.”

Zoals hij het Gelder­se onderonsje relati­veert, zo deed Bosz dat ook bij de Twentse burenru­zie. „Ik moet soms lachen om de ophef. Elk jaar kreeg ik die vragen voor de wedstrijd tegen FC Twente. En dat vroegen ze ook aan de spe­lers, terwijl er jongens bij za­ten die de naam Twente niet eens kon­den uitspre­ken.”

Als voetbal­ler van Feye­noord speelde Bosz de Rotter­damse stadsderby’s tegen Sparta en Excelsior. „En natuurlijk de wedstrijden tegen Ajax. Geen ech­te derby’s, maar misschien nog wel meer speciaal. Dat merkte ik altijd bij de laatste training. Dan stonden er vier- of vijfduizend man langs de kant. Je hebt suppor­ters die elkaar rondom zo’n wed­strijd de hersens inslaan. In het veld stonden we elkaar ook naar het leven. Maar elke maandag dronken we met Feyenoord sa­men met de spelers van Ajax een biertje op het Leidseplein. Ik vond het mooi dat dat toen kon.”
 

Gelderlander / Foto’s SV

Hoofdsponsor: