Kreten leveren geen punten op
„Daar is me onlangs door een journalist op gewezen. Ik kan het me niet meer herinneren. Ik word ook ouder. Mijn geheugen is nog prima, maar het is 35 jaar geleden. Destijds speelden we in de eerste divisie. Nu is er veel meer aandacht voor deze wedstrijd.”
Een deel van die aandacht kan hem gestolen worden. Bosz praat graag over voetbal, over het proces waarin hij zit met het elftal dat hij graag aanvallend en attractief wil laten spelen. Maar al het sentiment rondom de Gelderse derby is aan hem niet besteed.
„Ik snap dat jullie er over schrijven. En ik besef ook dat het duel heel belangrijk is voor de fans van beide clubs. Maar voor mij is het niet speciaal. Als voetballer of trainer kijk je er anders tegenaan. Ik kijk ernaar zoals ik ook naar andere wedstrijden kijk. Ik wil heel graag winnen, omdat we dan stijgen op de ranglijst.”
Bosz zou met enkele stoere kreten eenvoudig een wit voetje kunnen halen bij de Arnhemse achterban. Dat doet de Apeldoorner niet. „Ik weet dat de derby leeft onder de supporters en ik kan hier nu wel gaan zeggen dat het de wedstrijd van het jaar is. Maar als ik dat soort teksten ga roepen, dan gaan mijn spelers daar niet beter door voetballen. Als trainer kijk ik naar het feit dat er drie punten te verdienen zijn.”
Van een speciale voorbereiding is geen sprake. „Dat moet je juist niet doen. Het begint ermee het hier tegen jullie niet verder op te zwepen”, aldus Bosz, die in de voorbije drie seizoenen met Heracles Almelo de Twentse derby tegen FC Twente meemaakte. „We gingen bij Heracles voor 80 procent van onze eigen kwaliteiten uit.
Bij Vitesse kun je dat misschien voor 90 of 95 procent doen.”
Zoals hij het Gelderse onderonsje relativeert, zo deed Bosz dat ook bij de Twentse burenruzie. „Ik moet soms lachen om de ophef. Elk jaar kreeg ik die vragen voor de wedstrijd tegen FC Twente. En dat vroegen ze ook aan de spelers, terwijl er jongens bij zaten die de naam Twente niet eens konden uitspreken.”
Als voetballer van Feyenoord speelde Bosz de Rotterdamse stadsderby’s tegen Sparta en Excelsior. „En natuurlijk de wedstrijden tegen Ajax. Geen echte derby’s, maar misschien nog wel meer speciaal. Dat merkte ik altijd bij de laatste training. Dan stonden er vier- of vijfduizend man langs de kant. Je hebt supporters die elkaar rondom zo’n wedstrijd de hersens inslaan. In het veld stonden we elkaar ook naar het leven. Maar elke maandag dronken we met Feyenoord samen met de spelers van Ajax een biertje op het Leidseplein. Ik vond het mooi dat dat toen kon.”