15 december 2011 In de media

‘Jordania is geen patser, hij houdt van voetbal’

Na zeven jaren waarin Vitesse een schuldenlast van ruim 25 miljoen euro met zich meetorste, brak in augustus 2010 de zon door. Met de komst van de nieuwe eigenaar Merab Jordania ontstond in Arnhem een gezonde voedingsbodem voor topvoetbal. Algemeen directeur Paul van der Kraan (58) blikt terug op een ongekend turbulent jaar.

Mega monoloog – Paul van der Kraan

De verzuchting komt diep van binnenuit. ‘Ik ben gelukkig,’ zegt Paul van der Kraan. ‘Ja! Ik heb zulk leuk werk. Fantastisch. Dit is de leukste job van Nederland, op dit moment.’
Van der Kraan is de wanhoop voorbij. ‘Ik hoef niet meer elke dag te leuren om geld. Daar heb ik letterlijk nachten van wakker gelegen. Nu is daar geen sprake meer van, het is zó geweldig. We kunnen vooruit, we kunnen investeren. Creatief zijn, de zaken planmatig aanpakken. Omdat we eindelijk de middelen hebben.’

‘Het is een ongelooflijk hectisch en spannend jaar geweest. Voor iedereen, ook voor mij. Na de overname heb ik me natuurlijk ook afgevraagd: Wat gaat er gebeuren met mijn positie? Daar moet je niet blind voor zijn. Mijn kennismaking met Merab Jordania had pas na de overname plaats. Dat is toch bijzonder als je directeur bent van een voetbalclub.

De komst van Jordania was voor iedereen een verrassing. Op de achtergrond waren we al enige tijd op zoek naar een partij die Vitesse wilde overnemen. Ik heb daarover gesproken met een Chinees consortium en een Arabische sjeik heeft eens belangstelling getoond. Maar dat werd nooit concreet. Met Jordania viel alles samen. Hij was zich heel gericht in Nederland aan het oriënteren om eigenaar van een club te worden. Hij heeft daarbij gekeken naar AZ en Vitesse en uiteindelijk gekozen voor Vitesse vanwege de historie, de jeugdop-leiding en het achterland. Ook de schuldpositie van Vitesse stak daar positief bij af, vond hij.

Op 11 juli 2010, de dag van de WK-fmale, maakte Jordania kennis met Maasbert Schouten, onze toenmalige president-commissaris. Twee dagen later informeerde Maasbert mij wat er eventueel stond te gebeuren. Wij hebben direct heel duidelijke afspraken gemaakt. Maasbert zat er met twee petten, hij was niet alleen voorzitter van de raad van commissarissen maar ook aandeelhouder. Toen heb ik gezegd: Jij kijkt naar jóuw belangen, ik kijk naar de clubbelangen. Daar was hij het mee eens, zo zijn we aan de slag gegaan.

Er moest in korte tijd vreselijk veel worden geregeld, vooral richting de KNVB. Reglementair en statutair heeft zo’n overname enorm veel impact. Op vrijdag 30 juli kreeg ik al witte rook uit Zeist. Twee dagen later ging ik met mijn gezin op vakantie. Voor het eerst in twintig jaar had ik tijdens de zomer een vakantie van drie weken kunnen plannen. Dus toen de overname een feit werd, zaten wij heerlijk aan de Amerikaanse westkust.

Natuurlijk heb ik overwogen terug te keren naar Nederland, maar ik kon hier niks doen. De overname was juridisch geregeld en tot het moment van de handtekening had Jordania er geen behoefte aan met mensen in de club contact te hebben. Ik had de vakantie al ruim een jaar eerder afgesproken, die wilde ik niet opzijzetten.

Elke ochtend stonden we om half acht op en dan gingen we die natuurparken in. Gebieden waar je telefonisch lang niet altijd bereik had. Bo-vendien zat je met het gigantische tijdverschil. Dat maakte het voor mij allemaal erg spannend. Op zondag 15 augustus, de avond voor de persconferentie, was er nog een hick up. Maasbert dacht dat de boel zou worden afgeblazen. Jordania had een onderzoek laten doen naar de schuldpositie van Vitesse en de uitstaande leningen. Een van de zaken waarvoor Maasbert moest tekenen, was dat er in de toekomst geen ticketinkomsten zouden wegvloeien naar derden. In de nacht van zaterdag op zondag schoot ik wakker. Ik herinnerde me ineens een overeenkomst tussen Vitesse en Gelredome voor de inkomsten uit Europese wedstrijden. Een gedeelte van de huursom zou daaruit gefinancierd worden. Daarover heb ik Maasbert gebeld, maar die had al een getekende garantie afgegeven aan Jordania. Paniek dus, want dat moest in het weekeinde nog worden geregeld met Gelredome. Uiteindelijk stemde Gelredome ermee in dat die overeenkomst zou vervallen.

Toen alles rond was, wilde ik snel naar huis, de eigenaar ontmoeten. Ik wist dat ik voor de club het maximale eruit had gehaald. De belangrijkste rechten heb ik kunnen vastleggen, zoals het logo, de clubkleuren, de naam en het recht tot benoeming van een commissaris binnen de rvc. Die zaken zijn verankerd in een Golden Share binnen de Stichting Betaald Voetbal Vitesse Arnhem. Daarnaast wilde ik graag garanties hebben op financieel gebied. Wat als Jordania op een dag zou vertrekken? De continuïteit van het instituut Vitesse mocht niet in het geding komen.

Maasbert Schouten wilde niet dat daarover werd gesproken voordat alle contracten waren getekend. Hij wilde de zekerheid hebben dat hij zijn geld zou krijgen en er moesten geen twijfels bij Jordania ontstaan door allerlei vragen die ik zou kunnen stellen. Er moest gehandeld worden. De nood was hoog, ook voor Vitesse trouwens.

De manier waarop Maasbert zich heeft opgesteld bij de verkoop was heel erg gericht op het terughalen van zijn investering. Hij heeft duidelijk voor het geld gekozen en de club daarin met de rug tegen de muur gezet. Het was take it or leave it. Dat mag, maar in mijn ogen had hij tevens moeten denken aan de Vrienden van Vitesse, die heel veel hebben geïnvesteerd en daarvan niets hebben teruggezien. Maasbert heeft puur voor zichzelf gekozen. Bij de anderen heeft hij niet stil willen staan, al heeft hij onmiskenbaar wél gezorgd voor een goede doorstart van Vitesse.

Mijn eerste ontmoeting met Jordania was op maandag 23 augustus. Het was aftasten. Hij wilde van alles weten over ons trainingscomplex en dat gaf me wel vertrouwen, omdat hij dat wilde reno-veren en dus duidelijk naar de lange termijn keek. Aanvankelijk hadden we een vloeroppervlakte gepland van 2.400 vierkante meter op twee bouwlagen. Ik weet nog dat ik de tekeningen aan Jordania liet zien en dat hij zei: "Just doublé it". Meer niet. Dus worden het vier lagen, waarvan eentje ondergronds. Dat vergt toch een investering van acht miljoen euro.

De volgende dag moesten we het hebben over garanties voor de toekomst. Dat vond ik belangrijk. Hij wilde daar de tijd voor nemen. Er waren andere prioriteiten, het elftal vooral. Jordania had al gezegd dat er vóór de overname geen nieuwe spelers gehaald mochten worden, waardoor we alles in twee weken tijd moesten regelen. Op woensdag zijn we samen naar de licentiecommissie van de KNVB gegaan. Ook die wilde weten wat de intenties van Jordania waren, net als ik. De KNVB gaf aan een onderzoek te willen doen naar de herkomst van het geld, daar had Jordania geen problemen mee. Verder moesten we duidelijk maken dat er een scheiding van machten is en dat de directie dus autonoom zou blijven.

Jordania is echt een voetbalman, dat maakte hij snel duidelijk. Aan de organisatie van de club heeft hij tot nu toe niets veranderd. "Jij bent de directeur, jij lost het maar op" zegt hij. Dat loopt nu goed. In het begin hebben we veel rond elkaar heen gedribbeld. Het was een verstandshuwelijk. De eerste keer dat ik een handtekening moest zetten onder een enorm geldbedrag was ik wel wantrouwend. Op de laatste dag van de transferperiode trokken wij vier spelers aan voor een totaalbedrag van anderhalf miljoen euro. Ik moest tekenen en het geld stond nog niet op de bank, dus ik was feitelijk hoofdelijk aansprakelijk. Daar heb ik het wel over gehad met hem. Ik zei: Ik zou graag zien dat eerst het geld binnen is en dat dan de handtekening kan worden gezet. Maar dat lukte niet door de tijdsdruk. Een dag later was het geld gelukkig binnen. Hij had alle begrip en zou het in de toekomst ook anders doen.

Het onderlinge vertrouwen is duidelijk gegroeid. Ik heb zijn verblijfsvergunning helemaal geregeld en dat was een lang proces, waarin we veel dichter bij elkaar zijn komen te staan. Op dit moment heb ik een bijzonder prettig contact met Jordania. Eén keer per week is er overleg, verder zie ik hem bij wedstrijden en zit hij regelmatig in het buitenland. Die gesprekjes duren heel kort, hij is een man van weinig woorden en een snelle denker. Mooi voorbeeld is dat ik de organisatie wilde gaan versterken. Er moesten mensen bij op kantoor, in totaal ging het om acht functies. Hij zei: "Dat kan ik me voorstellen, maak maar een plan’! Ik heb twee A4’tjes opgesteld, hij las het en het was akkoord, inclusief de financiële consequenties. Dat kost toch gauw een half miljoen.

Natuurlijk weet ik precies hoeveel Jordania voor Vitesse heeft betaald, maar ik heb een NDA moeten tekenen, een non disclosure agreement. Ik mag er niet over praten, zelfs mijn vrouw weet het niet. Vier miljoen? Er circuleerden allerlei bedragen in de media, ik ga er niet op in.

Ik weet wél dat Jordania heel duidelijk een bedrag in zijn hoofd heeft zitten wat dit project mag gaan kosten. Hij pompt er niet zomaar lukraak een hoop geld in, wij hebben geen carte blanche. Soms hebben we een discussie over één euro, maar ik heb nog nooit gezien dat zijn gezicht betrok als er bedragen ter sprake kwamen. Tot nu toe is Jordania al zijn afspraken nagekomen. Hij is zeer consequent en heeft een ijzeren geheugen. En hij is ook zeer betrokken. Bij alle wedstrijden van Vitesse is hij aanwezig, uit en thuis. Ik zei al: een voetbaldier.’

‘Zelf zit ik ook al mijn hele leven in het voetbal, al theb ik nooit hoog gespeeld. Op mijn zestiende was ik spil in het eerste van Te Werve, een omni-vereniging die gelieerd was aan Shell. Daar had mijn vader een goede functie, hij heeft op vele plaatsen in de wereld gewerkt en gewoond. Om die reden ben ik in Venezuela geboren. Op mijn vierde zijn we naar Nederland verhuisd, naar Rijswijk. Van origine is mijn vader een Rotterdammer en een echte Feyenoord-supporter. Ik heb heel wat wedstrijden in De Kuip gezien. Het was de tijd van Coen Moulijn, Beertje Kreijermaat en Frans Bouwmeester, die mannen.

Door een knie-operatie moest ik stoppen met voetballen. Toen heb ik me gestort op het trainersvak. Ik had Sociale Pedagogiek gestudeerd in Leiden en ging de jeugd van Rijnsburgse Boys trainen. Ik trainde echt alle jeugdelftallen en dat waren er heel veel. Op mijn 27ste kreeg ik een baan bij de Nederlandse Katholieke Sportfederatie in Den Bosch. Daar heb ik veel gedaan aan cursusontwikkeling, in samenspraak met Bert van Lingen en Rinus Michels van de KNVB die daarin zeer geïnteresseerd waren. Tegelijkertijd trainde ik zelf de jeugd van Wilhelmina, dat toen een grote club in Den Bosch was.

Op enig moment werd ik benaderd door RKC om daar commercieel manager te worden. Het idee kwam van Piet Kipping. Ik wilde dezelfde dag beginnen, was vreselijk enthousiast om in het betaalde voetbal te kunnen werken. Op 2 januari 1992 ging ik aan de slag. Die dag zal ik nooit vergeten. Mijn kantoor was een bouwkeet. Kipping zou me opvangen, maar hij was er niet. Hij zat vast vanwege de FIOD-affaire. Binnen een paar maanden deed ik veel méér dan alleen het binnenhalen van sponsors. Overleg met Piet gebeurde vaak aan de rand van het water waar hij zat te vissen. Hij zei: "Je moet Alfred Schreuder halen". Die voetbalde toen bij Feyenoord in de jeugd. Dat werd mijn eerste spelersaankoop. Piet heeft mij wegwijs gemaakt in de voetbalwereld.

In het voorjaar van 1993 werd duidelijk dat RKC geen licentie meer zou krijgen. De beroeps-commissie van de KNVB wilde de begroting on-derbouwd zien door contracten. Dat waren ze niet gewend in Waalwijk. Er was bovendien een aardig gat dat moest worden gedicht. In die fase is Ben Mandemakers als hoofdsponsor bij de club gekomen. Zijn komst is goud geweest voor RKC. Het was een eenmalige kans in het betaalde voet-bal te blijven, dit mocht niet mislukken. Anders zou de club ophouden te bestaan.

Ik wilde na de zomer wat minder gaan doen, ik kon het niet meer opbrengen honderd uur in de week te werken. RKC vond juist dat het prima ging. In die periode benaderde FC Den Bosch mij om commercieel directeur te worden. Ik dacht bij een grotere club terecht te komen. Ze hadden net een vrijwillige schuldsanering achter de rug. In de loop van de maanden bleek het verlies een heel stuk groter te zijn dan gedacht.

Er moest worden bezuinigd. Binnen een half jaar hadden we de problemen opgelost. Jan Schouten werd voorzitter, hij maakte nogal wat los in het bedrijfsleven. Die periode was de beste die FC Den Bosch heeft meegemaakt. We hadden een ploeg die regelmatig in de Eredivisie speelde. Na zes jaar kreeg het bestuur grote problemen met de businessclub. Dat was echt rampzalig. Als wij niet deden wat de Businessclub het beste vond voor de club, maakten ze gewoon het geld niet over. Schouten stopte ermee. Ik had inmiddels Hans Brus als sponsor binnengehaald, met zijn bedrijf Datelnet. Hij werd de nieuwe voorzitter. Hans was enorm ambitieus. Geld ging een secundaire rol spelen, terwijl ik het onzin vond meer uit te geven dan nodig was. Er is met geld gestrooid, het werd gewoon verkwist. Brus en ik zijn in conflict gekomen. Ik vond dat bepaalde bevoegdheden bij de directie thuishoorden en hij keek daar anders naar. Brus zei dat hij een heleboel geld in Den Bosch had gestoken en daar leek het ook op. Maar er loopt nog steeds een rechtszaak met de vraag of dat nou geleend geld was of niet. Dat gaat om miljoenen euro’s.

Op dinsdag stond in de krant dat ik wegging bij FC Den Bosch en ’s avonds werd ik gebeld door Jan Pollemans; of ik bij RBC wilde komen werken. Ik had al wat gesprekken met mijn vrouw achter de rug en wist één ding zeker: Ik ga nooit meer in het betaalde voetbal werken. Maar Pollemans hield aan. Ik zei tegen Chantal: Ze spelen al honderd jaar in het rechterrijtje van de Eerste Divisie en willen graag naar het linkerrijtje, dus zó veel tijd en energie zal dat niet kosten. Op 1 april ben ik naar RBC gegaan en zes weken later waren we ge-promoveerd. Zonder dat er sprake was van enige samenhang met mijn aanwezigheid. Het jaar daarna degradeerden we, met heel weinig punten. Maar iedereen was erg enthousiast over het avontuur in de Eredivisie, dus wij vroegen de sponsors hun contract met één jaar te verlengen op basis van het oude contract in de Eredivisie. Dat plan slaagde en binnen een seizoen promoveerden we weer. Het jaar daarop werden we dertiende, ik heb echt stappen voorwaarts kunnen maken in Roosendaal.

Vervolgens werd ik benaderd door een head-huntersbureau. Of ik geïnteresseerd was directeur te worden van Vitesse. Ik heb eindeloze gesprekken gevoerd, wel zeven. En ik begon het interessant te vinden, boeiend. Vitesse is een grote club. In de tweede week van januari 2004 begonnen ze te praten over arbeidsvoorwaarden, wat uiteindelijk resulteerde in de vraag: "Kun je morgen beginnen?" Pollemans deed gelukkig niet moeilijk en ook thuis kreeg ik permissie…

Het begin was redelijk turbulent. Vitesse had net een reddingsoperatie achter de rug, waarmee ruim dertig miljoen euro voor Gelredome en de club was gemoeid. Het is te kort door de bocht dat een erfenis van Karei Aalbers te noemen, maar de situatie was gewoonweg desastreus. De club kon haar acute liquiditeitsproblemen oplossen, maar er bleef nog wel een langlopende schuld van ruim elf miljoen staan en over het lopende seizoen (2003/04, red.) werd een tekort van elf miljoen verwacht.

Ik moest het werk van mijn voorganger Theo Mommers nog eens dunnetjes over doen en ben weer gaan saneren. Voor de mensen op kantoor was dat een heel zware periode. De club was uitgeleefd. De computers stonden er al jaren, de stewards liepen in jassen van tig jaren oud, er was helemaal niets meer en er moest eigenlijk heel nodig geïnvesteerd worden. Mentaal was het nauwelijks nog op te brengen voor de medewerkers van Vitesse. Ik heb de kosten direct teruggebracht van achttien naar vijftien miljoen euro en daarna geleidelijk tot dertien. De totale schuldenlast kostte ons nog altijd een miljoen aan rente. Op een begroting van dertien miljoen is dat bijna niet vol te houden.

Sportief ging het dramatisch. In mijn eerste hele seizoen (2003/04, red.) speelden we in de nacompetitie. We hadden het scenario van degradatie wel meegenomen in ons plan, maar dat was zó rampzalig dat ik het snel heb weggelegd. De kosten van het stadion en de wedstrijden lagen alleen al boven de begroting van een goede Eerste Divisie-club. Dan kun je dus nog geen speler of trainer betalen. Als we toen gedegradeerd waren, had Vitesse het niet gered. Althans, niet op eigen kracht.

Tijdens de nacompetitie was Gelredome uitverkocht en ontstond er één groot feest toen we erin bleven. Dat zegt alles over de kracht van Vitesse. Deze club maakt ontzettend veel los in de regio. Hier gebeurt altijd wat. Soms ook wel op een manier dat ik dacht: Wil ik daarbij horen? Geef ik leiding aan dit bedrijf? Er zijn twee boeken van Marcel van Roosmalen verschenen, waarin alles wat intern speelde op straat kwam te liggen. Schandaaltjes, nieuwtjes, alles. Dat eerste boek hebben we gefaciliteerd. De auteur mocht meelopen. Wij willen open zijn, Vitesse is uiteindelijk van iedereen.’

Hij zoekt even naar woorden om zich te verplaatsen in de sentimenten die destijds speelden. Arnhemmers nuilen. Het is een samenvoeging van huilen en zeuren. Hier gaat het altijd over wat niet goed is, over wat anders moet en beter. Het grote probleem van Vitesse in de afgelopen tien jaar was dat de club altijd boven haar stand heeft geleefd. Het is dat aureool van groot willen zijn. Wij hebben dat niet kunnen afschudden. Het is mij niet gelukt. Ik heb wel pogingen gedaan, maar het wordt niet geaccepteerd. De mensen hebben hier wat moeite met het stellen van een reëel verwachtingspatroon. Ze zijn verwend geweest. Vitesse had de naam dat hier goed werd betaald. We hebben veel grote en dure spelers gehad. Maar het was ook: weinig punten voor de munten die we investeren. Als je een ranglijst kunt maken op basis van het geld dat je investeert in een spelersgroep, vormen wij daarop de uitzondering. Met een enorme afwijking en niet ten positieve.

Veel mensen keerden zich af van de club. Ik begrijp dat wel, vanuit de gedachtegang van de supporter. In de tijd van Karei Aalbers heeft Vitesse zeven jaar in de subtop gespeeld. Dat heeft heel veel gekost, op alle gebieden. Het is buiten-proportioneel geweest. We gingen Manchester United achterna, de topdrie aanvallen. Dat kun je allemaal wel zeggen, maar dan moet je alles en iedereen wel heel goed bij de les zien te houden. Daar heeft de club mee moeten dealen.

In het najaar van 2007 kon het niet langer. Door de teruglopende toeschouwersaantallen en die enorme rentes hadden we inmiddels een schuld van zo’n 27 miljoen. Ik heb een plan ontwikkeld om tot vrijwillige schuldsanering te komen. Als dat zou slagen, zou de schuldpositie afnemen naar drie miljoen.

De wet op de schuldsanering ken ik inmiddels uit mijn hoofd: als de helft van de schuldeisers plus één iets meer dan de helft van de schulden vertegenwoordigen, dan moeten de andere schuldeisers mee in het saneringsplan. Concreet: wij hadden 61 schuldeisers en van hen moest ik er dus minstens 31 zien te overtuigen. Drie maanden lang heb ik de reddingsoperatie voorbereid. Ik heb alle crediteuren persoonlijk bezocht. Niemand vond het fijn dat ik langskwam, maar uiteindelijk reageerden er zestig positief. Die ene was de gemeente Arnhem. Die wilde absoluut van niets weten. Althans, niet op vrijwillige basis.

Vervolgens heb ik de rvc voorgesteld surseance van betaling aan te vragen, waardoor de gemeente gedwongen zou worden mee te gaan. De gemeente dacht: Dat durven ze toch niet. Maar ik zei: Nu we A hebben gezegd, moeten we ook B zeggen. We zijn in surseance gegaan. Daar zit nog best een risico aan, want in principe leg je het lot van Vitesse in de handen van een bewindvoerder van buiten. We hadden het echter zó goed voor-bereid dat die bewindvoerders alles konden afwikkelen zoals het er lag. Uiteindelijk heeft ook de gemeenteraad ingestemd. In april 2008 werd de surseance opgeheven en waren wij grotendeels van onze schuld verlost.

Cruciaal was de medewerking van de Vrienden van Vitesse. Zij hadden zo’n tien, elf miljoen euro erin zitten die ze nu kwijt zijn. Toen ik mijn plannen voorlegde aan Herman Veenendaal, Cor Guijt en Jan Snellenburg, wilden ze mij over de tafel heen trekken. Een paar jaar eerder had ik ze al moeten vragen akkoord te gaan met een terugbetalingsregeling voor investeringen in spelers die nooit van de grond is gekomen en nu vroeg ik ze mee te werken aan een totale sanering. Die mannen hebben twee keer de club gered en hebben nooit de eer gehad voor wat ze voor Vitesse hebben gedaan. Dat was echt geweldig, die mensen horen op een voetstuk thuis. Als Veenendaal, Guijt en Snellenburg hun poot stijf hadden gehouden, was het niet gelukt. Dan had de sanering niet plaatsgehad en zou Jor dania nooit zijn gekomen.

Die hele sanering was hoofdzakelijk mijn werk, dat mag ik wel zo zeggen. Ik ben er heel tevreden over dat we iedereen aan boord hebben kunnen houden, dat Vitesse echt een club blijkt te zijn. De afgelopen seizoenen hebben mij enorm veel kracht gekost, maar ik wilde koste wat kost voorkomen dat Vitesse – een instituut van bijna 120 jaar oud – zou omvallen terwijl ik er algemeen directeur was.

Ik heb vaak gedacht dat ik aan een dood paard trok. Probeer maar eens een sponsor te vinden die geld in een club wil steken als er zo’n schuld ligt. Ik kreeg niet veel steun. Niemand ging op pad om óók gesprekken te voeren. Op zich terecht, ik ben de directeur. Maar het geeft wel een gevoel van eenzaamheid. Het enige dat je kreeg, was kritiek. Daar had ik ook wel weer begrip voor, want de club gleed af. Het zou vreemd zijn als de mensen hadden gezegd: Die directeur doet het lekker’

‘Ik heb zeven heel magere jaren meegemaakt, nu zijn alle mogelijkheden aanwezig om zeven vétte jaren mee te maken. Jordania heeft ons daarvoor harde garanties afgegeven. Ten eerste: alle aangegane leningen ter waarde van zo’n zes miljoen euro worden versneld afgelost, dat wil zeggen binnen drie jaar. Aan het eind van volgend seizoen zijn we schuldenvrij. Twee: hij stelt zich niet alleen financieel garant voor de trainingsaccommodatie van acht miljoen, maar geeft Vitesse ook de mogelijkheid op dat complex in de toekomst een hypotheek te nemen. De derde garantie is: alle aangetrokken spelers worden ge-haald met eigen geld en zijn eigendom van de BV Vitesse. Die vertegenwoordigen een aanzienlijke waarde. De vierde: op het moment dat wij onze begroting bij de KNVB indienen, geeft Jordania een financiële garantstelling af voor going concern gedurende de komende achttien maanden. Het betekent dat elk seizoen alle lopende kosten voor anderhalf jaar gedekt zijn. Vijf: alle tekorten op de begroting dekt hij af met agio-stortingen. Hij stort dus bij op zijn aandelen, zonder dat daar verplichtingen tegenover staan.

We bouwen dus geen nieuwe schulden op. Ons eigen vermogen groeit ondanks een negatief netto resultaat van pakweg vijftien miljoen over het afgelopen seizoen. Zes: hij stort jaarlijks vóór 1 januari en vóór 1 juli enkele miljoenen om een financiële buffer op te bouwen. Vooral dat laatste is aantrekkelijk. Dat geeft ons een enorme voorsprong op de transfermarkt.

Ons eigen vermogen bedraagt nu vijf miljoen positief, de club heeft er nog nooit zo goed voor gestaan. Het eerste seizoen heeft Jordania zo’n vijftien miljoen in Vitesse gestopt en ik verwacht dat het dit jaar niet veel lager wordt. Dat is voor Nederland ongekend, het zijn echt forse bedragen. Maar we willen de stappen richting de top wel voorzichtig maken. Daarin past niet dat we met-een de spelerssalarissen gaan betalen die Ajax en PSV betalen. Het past ook niet bij de kwaliteiten van die voetballers. Jordania kijkt daar heel kritisch naar, elke investering moet verantwoord zijn. Afgelopen zomer zijn zeker vijf grote transfers niet doorgegaan, omdat hij die te duur vond. Ik heb nu een meerjarenbegroting gemaakt tot en met het seizoen 2016/17. Die is goedgekeurd. Heel geleidelijk groeien we van twaalf miljoen in 2009 naar zo’n veertig miljoen. Dat is het niveau waarop nu FC Twente zit.

De ambitie in 2013 kampioen te worden, is niet opzijgezet. We hebben het genuanceerd, een jaartje uitgesteld. In het seizoen 2013/14 moet Vi-tesse in de topdrie eindigen en dus impliciet kansrijk zijn in de titelstrijd. Het behalen van een kampioenschap is niet te plannen, het meespelen in de topdrie wel. Wij zetten doelstellingen neer om ze te halen en niet om ze nu al bij te stellen.

Een heel belangrijke stap naar de top is de trainingsaccommodatie. Wij bouwen aan het mooiste complex van Nederland. Het is geïnspireerd op Cobham Village van Chelsea, waar we een paar keer zijn wezen kijken. In januari beginnen we met de bouw, een jaar later wordt het opgeleverd.

Natuurlijk, vorig seizoen zijn we als vijftiende geëindigd. Daar hebben we heel veel van geleerd. Jordania maakte destijds de keuze voor Albert Fer- rer als trainer, wij hebben dat ondersteund en het is niet geworden wat we ervan verwachtten. De mate waarin je erin slaagt jouw argumenten over de bühne te krijgen, heeft ook te maken met het vertrouwen dat de ander in jou heeft. Dit seizoen heeft Jordania voor zichzelf bepaald dat de komst van een Nederlandse trainer met een clubachter-grond beter was. Dus hebben we John van den Brom gehaald, over wie we erg enthousiast zijn. Zo’n proces kun je alleen maar gestalte geven als je ook andere ervaringen hebt meegemaakt.

Op spelersgebied wil Jordania nauw betrok-ken zijn, zowel bij aankopen als verkopen. Met de komst van Jonathan Reis laten we onze ambities zien. Jordania zag het als een buitenkans. Het eerste contact met Reis heeft hij zelf gelegd. Daar waren ze bij PSV terecht boos over, omdat wij het niet in Eindhoven hadden gemeld. Toen dat speelde, heb ik met Jordania afgesproken dat hij er voorlopig geen werk van zou maken. Daarvan heb ik PSV netjes op de hoogte gesteld. Na een dag of veertien vond Jordania het genoeg. We hebben PSV toen geïnformeerd dat we in contact zouden treden en dat heeft geleid tot een contract. Ik weet niet of PSV ook daarover terecht boos is. In het verleden hebben zij redelijk wat jeugdspelers bij ons weggehaald en dan zei ik ook: Doe het niet.

Nee, Reis is niet gehaald om Wilfried Bony op korte termijn te vervangen. Wij willen serieus op de ranglijst klimmen, het is Jordania er niet om te doen handel te drijven. Alles wat ik zie gebeuren, is gericht op de lange termijn. Dit project is anders dan in het verleden. Het gaat geleidelijk, er ligt een plan onder. Ik geloof nooit, op basis van de kennis die ik nu heb, dat dit een enorm luchtkas-teel zal blijken te zijn. Alle afspraken worden nagekomen, maar het is niet een kwestie van ons handje ophouden. Onze meerjarenbegroting geeft aan dat de inkomsten structureel omhoog moeten. Door recettes, tv-inkomsten en sponsoring.

Ik kan relaxed werken, maar er zijn wel duidelijke doelstellingen. Ik heb niet het idee dat ik tegen Jordania kan zeggen: Ik schuif de doelstellingen eens rustig voor me uit. Voor vrijblijvendheid is absoluut geen plaats, het moet uitdagend zijn, hij wil progressie zien. Wij willen dit seizoen bij de eerste acht eindigen. Tiende worden is geen optie. Ik heb met Jordania een tijdslijn uitgezet en tot dusverre volgen we die helemaal. Dat geeft hem ook vertrouwen. Ik kan nu bouwen, dat maakt deze baan zo bijzonder. Jordania praat gewoon het liefst over voetbal. Daar ligt zijn hart, daar gaat elk gesprek over. Hij is geen bluffer en geen patser. Hij houdt van voetbal.’

Voetbal International magazine week 49

Hoofdsponsor: