Anno 1992 – Vitesse
Hij speelde met Vitesse een bekerfinale, werd met de ploeg een paar keer vierde in de Eredivisie, kwam Europees uit tegen onder meer Sporting Lissabon, Real Madrid en Parma en speelde twee interlands.
‘Ik moet er trots op zijn! zegt Martin Laamers (foto links). ‘Heel veel kinderen dromen ervan zo’n carrière te hebben. Maar toch, als ik eerlijk ben: er had nog meer in gezeten.’
Dat het er niet van kwam, wijt hij onder meer aan zijn stotterprobleem. ‘Ik heb in heel veel vertegenwoordigende elftallen gespeeld. Met Frank en Ronald de Boer, Richard Witschge; die lichting. En ik stond altijd in de basis. Maar ik was een rustige jongen en door mijn spraak heb ik mezelf misschien niet altijd goed kunnen verkopen. Ik tekende bij Vitesse altijd bewust lange contracten, voor vijfjaar; omdat ik onzeker was en een basis van vertrouwen nodig had.’
Hij weet bijvoorbeeld dat hij in de belangstelling stond van Ajax en PSV. Het kwam nooit tot een overgang. ‘Misschien zou ik voor de absolute top wel iets tekort zijn gekomen, maar aan de andere kant: bij het Nederlands elftal speelde ik toch ook gewoon mee. Als ik terugkijk, denk ik dat mijn spraak me in die tijd heeft achtervolgd. Ik wilde geen tv-interviews doen, ik heb zelfs een keer een uitnodiging voor Barend & Van Dorp afgeslagen. Als ik diep in mijn hartje kijk, heb ik er nog weieens verdriet om. Maar ja, daar moet ik niet meer over nadenken; dat moet ik achter me laten.’
Dat Laamers bij Vitesse zou gaan voetballen, stond vanaf zijn jeugd in de sterren geschreven. Toch bood hij aanvankelijk weerstand. ‘Ik ben vlakbij stadion Nieuw Monnikkenhuize van Vitesse geboren, maar ik had een hekel aan die club. Ik speelde bij Arnhemse Boys en met onze BI werden we kampioen, onder meer doordat we van Vitesse BI wonnen. Toen wilde Vitesse me wel vastleggen, maar dan moest ik daar óók in de BI gaan spelen. Tja, dat was geen promotie. Ik ben toen naar FC Wageningen gegaan. Na drie jaar belden Hans Dorjee en Herman Veenendaal van Vitesse, dat ze weer met me wilden praten. Het werd een goed gesprek en na afloop heb ik meteen voor vijf jaar getekend. Vanaf toen had ik geen hekel meer aan Vitesse… Na een half jaartje werd mijn contract financieel al opengebroken.
Twee jaar later kocht ik een huis in de wijk De Geitenkamp, op vijfhonderd meter van het stadion en kon ik lopend naar mijn werk.’
Laamers promoveerde met Vitesse naar de Eredivisie en speelde daarin met de Arnhemmers al snel in de subtop. In 1992 werd hij uitgeroepen tot Speler van het Jaar bij de club. Hij draaide dan ook een topseizoen. Tk speelde een beetje zoals Mark van Bommel dat nu doet, en vroeger Jan Wouters; controlerend op het middenveld. John van den Brom speelde dan met de punt naar voren. Phillip Cocu brak als linksbuiten door en onze hele rechterflank – Edward Sturing als rechtsback, ik als rechtshalf en Bart Latuheru als rechtsbuiten – stond in 1989 in het Nederlands elftal. Veel andere jongens, zoals Roberto Straal en Arjan Vermeulen, haalden echt het maximale uit hun kunnen. We hadden gewoon een geweldige ploeg.’
De selectie van het seizoen 1992/93 werd getraind door de Duitser Herbert Neumann, maar was in feite helemaal samengesteld door zijn voorganger Bert Jacobs. ‘Ieder jaar haalde Jacobs een stuk of vier nieuwe spelers, en die pasten precies in het elftal. Heel knap, hij creëerde een steeds betere mix. Iedere speler had een zwak voor Jacobs. Voor mij was hij heel belangrijk. Ik zal iets heftigs vertellen: als jonge speler – ik was nog wat onzeker door mijn spraak – stond ik een keer in de kantine aan de bar en naast me stond Bert Jacobs, die net was geopereerd aan een kaaktumor. Hij bestelde een kopje koffie en nam een slok, maar die koffie liep zó z’n mond uit. Ik schrok me kapot en keek hem aan, waarop Jacobs zei: "Maak jij je maar niet druk, jongen. Ik ben er gewoon nog" Dat maakte zó veel indruk op me; sindsdien ging ik voor hem door het vuur. En dat hadden we allemaal.’
‘Ik ben bij Vitesse uitstekend opgevangen. Niet alleen door Jacobs, maar ook door Theo Bos en Toon Hartemink, die toen nog bij Vitesse speelde. Zij namen me een beetje op sleeptouw. Geweldige mensen, zij waren heel belangrijk voor me en zijn nog steeds goede vrienden. En ik trok in mijn Vitesse-tijd ook veel op met Erwin van de Looi en Huub Loeffen, ook nog steeds een vriend van me. Als we op stap gingen, zat ik vaak bij die twee. Ze noemden ons De Drie L’etjes: Looi, Loeffen en Laamers.’
Met Herbert Neumann had Vitesse een heel ander type trainer in huis gehaald dan Bert Jacobs, weet ook Laamers. ‘Neumann is een echte gentleman. Hij kon uren zinnig over voetbal praten, maar had misschien wat harder moeten zijn. Sommige spelers hadden dat nodig. Ikzelf was een speler die juist vertrouwen nodig had; daar heb je het weer. Doordat iemand mij vertrouwen gaf, werd ik geprikkeld, en dat had Neumann goed begrepen.’
Meest memorabele duels in het seizoen 1992/93 waren die in / het UEFA Cup-toernooi tegen Real Madrid, nadat Vitesse eerder Derry Citty en KV Mechelen had uitgeschakeld. ‘Tegen Real moest ik Robert Prosinecki uitschakelen. Hij verdiende vier miljoen per jaar, ik een habbekrabbetje. Maar het ging prima. Thuis verloren we met 0-1 door een afstandsschot van Fernando Hierro. In Madrid speelden we ook uitstekend. John van den Brom en Hans van Arum raakten de lat, maar we verloren met 1-0 door een doelpunt van Ivan Zamorano. Het was in ieder geval een geweldige ervaring.’
Vitesse
Naam Arnhemse Voetbal- en Atletiekvereniging Vitesse (sinds 1 juli 1990 Stichting Betaald Voetbal Vitesse Arnhem) Opgericht 14 mei 1892
Terrein Nieuw Monnikenhuize (sinds 25 maart 1998 Stadion Gelredome), Arnhem
Betaald voetbal 1954/55 Eerste Klasse, 1955/56 Hoofdklasse, 1956-62 Eerste Divisie, 1962-66 Tweede Divisie, 1966-71 Eerste Divisie 1971/72 Eredivisie, 1972-77 Eerste Divisie, 1977-80 Eredivisie 1980-89 Eerste Divisie, 1989-heden
Eredivisie Erelijst kampioen Tweede Divisie 1966; kampioen Eerste Divisie 1977,1989; verliezend bekerfinalist 1912,1927,1990
De vedette – Theo Bos Arnhem, 5 oktober 1965
Theo Bos woonde op tweehonderd meter van stadion Nieuw Monnikenhuize en keek in zijn jeugd vanaf de onoverdekte staantribune naar zijn helden, onder wie Charley Bosveld. Twintig jaar later had hij zelf 369 competitiewedstrijden voor Vitesse gespeeld, en niet één namens een andere club. Hij diende Vitesse als verdediger in het eerste elftal van 1983 tot 1997 en werd daarna jeugdtrainer bij de club.
FC Den Bosch bood hem de kans als coach op eigen benen te staan, waarna Vitesse hem in 2009 als hoofdtrainer aanstelde. Later trainde Bos nog Polonia Warschau en sinds vorig jaar is hij hoofdcoach van FC Dordrecht. De laatste maanden levert Theo Bos, die in Eist (Gelderland) woont, een zwaar gevecht tegen alvleesklierkanker.
Vitesse poseerde in 1992 in trainingspak. Achteraan vanaf links: Ton van Bremen, Martin Laamers, Dennis Krijgsman, Richard Roelofsen, Phillip Cocu, René Eijer, Abe Knoop en Huub Loeffen. Midden: trainer Herbert Neumann, assistent-trainer Jan Jongbloed, Arjan Vermeulen, Roberto Straal, Hans van Arum, Erwin van de Looi, John van den Brom, verzorger Rob Lagé en materiaal-verzorger Dirk Sempels. Vooraan: Theo Bos, Carel van der Velden, Raimond van der Gouw, Edward Sturing en Bart Latuheru.
Ton van Bremen (44) ging later werken bij een schoonmaakbedrijf. Hij is verder trainer van Sportclub Feyenoord en woont in Rotterdam. Martin Laamers zelf, die na zijn tijd bij Vitesse nog in België voetbalde voor RC Harelbeke, AA Gent en Sint-Niklaas, is inmiddels 44 jaar. Hij woont in Rozendaal bij Arnhem en speelt in de veteranen van RKHW uit Huissen, waar hij komend seizoen assistent-trainer wordt. In het dagelijks leven bezorgt Laamers maaltijden bij ziekenhuizen, maar hij is op zoek naar een andere baan. Dennis Krijgsman (39) woont in Afferden, heeft een voetbalschool en speelt nog in het eerste elftal van DIO ’30 uit Druten, waar hij tevens de Al traint. Richard Roelofsen (39), woonachtig in Doetinchem, is hoofdtrainer van De Graafschap en Phillip Cocu (41), die in Eindhoven woont, vervult diezelfde functie bij PSV. René Eijer (49) was onder meer jeugdtrainer bij PSV en in de Verenigde Arabische Emiraten. Hij traint nu af en toe het B1 -team van Fortuna Sittard, samen met Fernando Ricksen, en woont in Thorn. Abe Knoop (48) was keeperstrainer bij onder meer Benfica en Jong Qatar, in de periode dat Co Adriaanse daar de coach was. Knoop is nu trainer van NSW uit Numansdorp en woont in Capelle aan den IJssel. Huub Loeffen (40) werkt bij een bedrijf in de vastgoedontwikkeling, traint de BI van WO uit Velp en woont in Rozendaal. Herbert Neumann (58) was later ook trainer van onder meer Anderlecht, NAC Breda en VW-Venlo. Hij woont in Keulen. Jan Jongbloed (71) was nog jaren scout en jeugdtrainer bij Vitesse. Hij is nu met pensioen en woont in Amsterdam. Arjan Vermeulen (43) ging werken voor een transportbedrijf en is woonachtig in Leerdam. Roberto Straal (45) traint komend seizoen de BI van amateurclub SML uit zijn woonplaats Arnhem. Hans van Arum (45), hoofdtrainer van AGOW Apeldoorn, woont in Lunteren en Erwin van de Looi (40), die als assistent-coach bij FC Groningen werkt, is woonachtig in Roden. John van den Brom (45) is op zijn beurt hoofdtrainer van Vitesse. Hij woont in Amersfoort. Rob Lagé (63) woont in Arnhem, waar hij onder meer nog verzorger is bij FC Presikhaaf en de jeugdopleiding van Vitesse. Arnhemmer Dirk Sempels (59) woont in Haalderen en is onderhoudsplanner bij een bedrijf in de sociale werkvoorziening. Theo Bos (zie kader) woont in Eist. Carel van der Velden (39) handelt in artikelen die worden verkocht op de markt en woont in Utrecht. Raimond van der Gouw (49) is nu keeperstrainer van Vitesse en woonachtig in Deventer. Edward Sturing (49) woont normaal gesproken in Eerbeek, maar is nu assistent-trainer bij Gen$lerbirligi in Turkije. Bart Latuheru ten slotte is 46 jaar. Hij is medeeigenaar van een bedrijf in stand- en interieur-bouw en begon een onderneming in verzekeringen. Latuheru woont in Bergschenhoek.