Bosz wil continuïteit brengen
Bosz startte in 1981 zijn profcarrière in Arnhem. „Ik tref nu een ander Vitesse dan 33 jaar geleden, toen ik als jeugdspeler van AGOVV naar Arnhem kwam. Vitesse was een modale club in de eerste divisie. Maar als je ziet waar de club nu staat. Of Vitesse bovenin blijft meedraaien, moet blijken. Een doel kan ik nu niet stellen. Pas op 31 augustus is duidelijk welke spelers er zijn.”
Bosz speelde één seizoen in de A-jeugd van Vitesse en was drie jaar selectiespeler. Vergeten is hij de club nooit. „Het is zoals met je eerste meisje. Die vergeet je niet zo snel. Je eerste profclub blijf je volgen. Het grappige is dat ik bij Vitesse mijn oude jeugdtrainer tegenkom, Leo van de Kraats. Ik vind dat nog steeds de beste trainer die ik ooit heb gehad. Hij is wat ouder geworden, ik natuurlijk ook. Mooi dat hij nog steeds actief is in de voetballerij. En vanochtend, bij de eerste training, stond mijn oud-ploeggenoot André Wijnveld langs de lijn. Ik noem hem altijd ‘die kleine rooie’. Toen ik van Apeldoorn naar Arnhem verhuisde, heb ik bij zijn ouders gewoond. Zijn vader was grensrechter. Willem Bosveld was er vanochtend ook. De echte Ernhemmers weten dan over wie ik het heb. Dat was de man achter café Boegaloe op de Korenmarkt. André en Willem, die jongens zijn altijd mijn vrienden gebleven.”
Van zijn voorganger Fred Rutten kreeg Bosz woensdagavond een smsje. „Hij wenste mij succes bij deze mooie club. Het was een heel oprecht smsje.” Rutten vertrok omdat hij een andere visie had dan Jordania. Bosz: „Ik weet dat het geen makkelijke job is. Maar ik krijg hulp van Hendrie Krüzen. Ik wilde hem per se meenemen. Als speler was ik geen man die de bal veroverde en dan vier of vijf man voorbij ging. Ik was een teamspeler en dat ben ik als trainer ook. Ik heb een goede staf nodig om optimaal te kunnen functioneren.”
Bosz en assistent-trainer Krüzen hadden bij Heracles Almelo een doorlopend contract. Vitesse doet geen mededelingen over de hoogte van de betaalde afkoopsom.
De onderhandelingen met Bosz werden gevoerd door Joost de Wit, de algemeen directeur van Vitesse. Bosz sprak slechts eenmaal met Jordania. Een heel prettig gesprek, vond de Apeldoorner. „In de media wordt een beeld geschetst van een club met een eigenaar die heel dominant is en alles wil bepalen. Maar hoe zo’n beeld ontstaat? Jordania komt heel weinig in de publiciteit. Vaak is het zo dat mensen iets zeggen en anderen het napraten. Daar zijn we in Nederland heel goed in. Ik ben iemand die ergens zelf achter wil komen. Ik stap er blanco in. In dat ene gesprek dat ik met Merab Jordania heb gehad, is dat negatieve beeld niet bevestigd. We hebben heerlijk over voetbal gesproken.”
Zoon Gino Bosz speelt in het beloftenteam in Arnhem. Zal Vitesse ook zijn eerste profclub worden? „Ted van Leeuwen (technisch directeur) zei gekscherend dat we een team om Gino heen gaan bouwen, maar ik denk dat mijn komst het er voor hem niet makkelijker op maakt. Hij is toch de zoon van de trainer.”