‘Ik voelde alles breken en barsten’
De dader, een 23-jarige man uit Westervoort, is woensdag veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk. De Kwaadsteniet: „Of het genoeg is? Dat is aan de rechters.”
De vechtpartij waarin De Kwaadsteniet werd uitgeschakeld, was een smet op het blazoen van een perfect verlopen herdenking. „Ik ben een grote vent, maar ik kreeg een brok in mijn keel, zo mooi was het. Wij waren er als supportersbegeleiders omdat we deel uitmaken van het hele gebeuren rond Vitesse. En om ons medeleven te betuigen aan de familie.”
De Kwaadsteniet kende Theo Bos goed. „Vitesse promoveerde in 1989. Dat werd gevierd op de Korenmarkt. Theo liep een beetje te vervelen. Wij stonden als GBO voor de tribune waarop de spelers stonden. Hij zat te klooien achter mijn rug. Ik pakte hem beet en zette hem tussen de supporters. Daar schrok hij van. Hij raakte zijn stropdas kwijt. Sindsdien gaven we een handje en maakten we een praatje.”
De Kwaadsteniet was na het afscheid onderweg naar het bureau toen hij werd teruggeroepen naar GelreDome. „Of we met de burgemeester naar het supportershome wilden gaan. Daar waren nog zo’n 150 mensen.
Achter mijn mijn rug hoorde ik een woordenwisseling. Ik zag een steward weglopen. Hij riep ‘sufferd’ tegen iemand. Op dat moment rende er een jonge man langs me. Die explodeerde. Hij riep: ‘Wat sufferd, je noemt mij sufferd?’ „Ik dacht: dit gaat verkeerd. Dadelijk belandt de burgemeester midden in een vechtpartij. Ik pakte die jongen bij zijn arm en zei: ‘Doe rustig’. Hij begon direct te meppen. Hij sloeg, ik sloeg en in ene ging ik naar de grond.”
Hoe dat kwam, weet De Kwaadsteniet nog steeds niet. „Ik kan me niet heugen dat ik ooit eerder bij een gevecht op de grond heb gelegen. Ik heb wel vaker klappen gehad in het heetst van de strijd. Dat kan je accepteren. Als je op de grond ligt, kan je niets meer.”
De eerste trap zag hij aankomen. „Hij raakte me precies boven mijn oog. Je ogen schieten vol tranen en je ziet niets meer. Gelijk kwam de tweede trap. Ik voelde van alles breken, mijn lip barsten. Daarna ben ik even weggeweest. Ik zat onder het bloed.”
De Kwaadsteniet werd naar het ziekenhuis gebracht. „’s Nachts konden ze niets meer. ’s Ochtends moest ik terugkomen. Ik wilde naar huis. Mijn vrouw zat te wachten. Die was benieuwd hoe het met me was.”
De impact die het voorval had op zijn familie, maakte het heftiger dan eerdere incidenten. „Mijn vrouw en kinderen hadden er veel moeite mee. Ze zijn wel wat gewend, maar het was toch heftig dat ik naar het ziekenhuis moest.”
Bij Vitesse-aanhang maakte het incident veel los. „Het heeft me echt geraakt. Alle berichtjes, kaarten, bloemstukken. Dat deed me echt goed. Zelfs de moeder van de verdachte stuurde een bos bloemen. Dat vond ik heel netjes.”
Door zijn postuur en uitstraling bedenkt menig tegenstander zich twee keer alvorens de confrontatie aan te gaan. „Toch heeft een supporter wel eens gezegd: ‘We kennen jou als de man die nooit slaat’. Dat vond ik frappant. Ik deel best wel eens een tik uit.
Maar meestal kan ik het met praten af. Ik zeg: ‘jongens, doe nou niet. Wees wijs.’ Iedereen weet: ik waarschuw twee keer, dan is het over. Ik ga niet bedelen of ze alsjeblieft ophouden. Ik kan lezen en schrijven met die jongens.”
Als alles goed gaat, is De Kwaadsteniet eind dit jaar na een aantal operaties helemaal genezen. Inmiddels werkt hij weer bij Vitesse. „De laatste twee wedstrijden van het seizoen was ik er weer bij. Iedereen sprak me aan, iedereen sprak schande van het voorval.” De Kwaadsteniet denkt dat het incident geen effect heeft op zijn manier van werken. „Ik werk zoals ik altijd heb gewerkt. Als je bij de politie gaat, calculeer je in dat je ergens tegenaan kan lopen.
Mensen weten niet wat ze doen als ze gedronken of gesnoven hebben. Het schijnt bij de hedendaagse maatschappij te horen.”
Lees ook 'Dank voor de steunbetuigingen'
Lees ook 'Jaar cel voor schoppen agent'
Lees ook 'Dader geweld niet meer welkom bij Vitesse'
John de Kwaadsteniet (links) langs het veld bij de Vitesse-training