29 januari 2011 In de media

Een passie doet pijn

‘Vitas blijft altijd de trots van Arnhem’


Het gaat over weinig anders in hun leven: Vitas. Aan de vooravond van twee cruciale duels tegen Roda JC en Feyenoord maken de oude, getrouwe, supporters van de Arnhemse eredivisievoetbalclub Vitesse overuren langs het trainingsveld. Er is een hoop pijn en erger­nis. Het blazoen is geschonden. Maar het komt vast goed, zo weten de diehard fans in de mopperhoek heel zeker.

Of Vitesse met al die nieuwelingen en proef­spelers nog wel van Arnhem is? Binnen het groepje hondstrouwe suppor­ters dat donderdag op Papendal de training van Vitesse volgt, ont­spint zich direct een hartstochte­lijke discussie. Neem Arnhemmer Benny van Beers (65). Al veertig jaar in bezit van een seizoenskaart, maar nu toch ronduit somber.
Steevast bezoekt hij de trainingen. Telkens ontwaart hij, overdreven gezegd, andere gezichten in de spe­lersgroep.

„Ik herken me niet meer in de ploeg, niet in de club. Ik heb er een slecht gevoel bij. Ze mogen mijn seizoenskaart hebben. Ik kijk wel Eredivisie Live”, bromt Van Beers. „Heb geduld, heb geduld”, predikt medesupporter Geert van Leeuwen. Wijd spreidt de ras-Arn­hemmer zijn armen, als een pro­feet. Trainers en spelers werken zich kapot om er een succes van te maken, weet hij. „Dat lukt niet in vier maanden.”

Van Beers blijft ongelovig: „Ik ben 65, jij 62. Hoeveel geduld moeten we nog hebben dan?” „Het komt goed”, bezweert Van Leeuwen, „ Geloof me.”
Dit groepje doorgewinterde vetera­nen vormt het zogeheten mopper­hoekje van Vitesse. De getrouwe garde van de geelzwarte suppor­tersschare discussieert vol passie over wat er binnen en buiten de lij­nen speelt. Met een licht roman­tisch verlangen naar de dagen van het krakkemikkige Monnikenhui­zen, al was het sportief toen ook behelpen. Ze moesten overleven in de kelder van het betaald voet­bal, met amper zeshonderd man op de houten tribunes.

De huidige zakelijkheid biedt per­spectief op hogere klasseringen, al blijft het wennen voor de mannen die sommige jongens kenden van­af de pupillen. Nu vliegen vanuit alle windstreken talenten met kop­telefoons aan. Een paar wedstrij­den voor geelzwart en ze vertrek­ken alweer, naar Wenen bijvoor­beeld.

Is hun cluppie verworden tot ‘Han­delshuis Zjordania’? Langs het veld raken ze niet uitgepraat over de vraag en iedereen heeft een me­ning. Ze wijzen naar de selecties van Heerenveen, Groningen of PSV. „Veel spelersnamen daar kun je niet eens fatsoenlijk uitspreken.
Dus wat zeur je dan over Vitesse?”

Zonder ‘meneer Zjordania’ zou de club zijn opgedoekt, dat weten ze ook wel. Ze zijn de Georgiër zelfs dankbaar, want een leven zonder Vitas is geen leven. „Waar motte we dan heen? Thuiszitten bij moe­der de vrouw?” Moeders heeft zich er al lang bij neergelegd dat er een minnares is die luistert naar een snelle naam. „Vitesse is alles”, zegt Van Leeuwen, gepensioneerd bewaker van het Rijnstate Zieken­huis. De anderen knikken. Verjaar­dagen, familieverplichtingen en hobby’s maken geen schijn van kans als GelreDome roept.

Ondanks hun gemopper blijft Vitesse de geelzwarte trots van Arnhem, bezweren de mannen langs het trainingsveld. De dreun die hekkensluiter Willem II uit­deelde, kwam wel aan. De mopper­hoek gniffelt. „Een uur lang heb­ben ze zondag voor straf rondjes moeten lopen.” Oud-voorzitter Schouten hadden ze iets dergelijks gegund. „ Die blaaskaak had niet moeten schreeuwen dat Vitesse in 2013 kampioen wordt.” De media – ‘zeker jullie als Nijmeegse krant’ – hebben het natuurlijk ook ge­daan. Dat gedoe over FC Hol­lywood aan de Rijn is negatief, wordt er gemopperd.

„Vitesse is gewoon een kleurrijke club”, concludeert John Mus, zelf een van de allerkleurrijkste fans. „Na Karel (Aalbers) is tien jaar wanbeleid gevoerd. Dat maak je niet zomaar goed”, vindt hij.

Met trainer Ferrer wordt ondertus­sen goedkeurend gekeken naar het razendsnelle positiespel. De von­ken vliegen eraf. Als je dit tempo ziet, is het toch ongelooflijk dat ze in de wedstrijd zo traag rondspe­len?

Trots wijzen ze naar mega-talen­ten Marco van Ginkel en Davy Pröpper. Ernemse groeibriljanten in de buitenlandse mix, waarin Ja­panner Michihiro Yasuda in sa­moeraikreten een bal opeist. De mopperhoek amuseert zich. „Hala­lala? Tja, je moet hier wel Engels kunnen.”

Vier punten verwachten ze uit de komende twee duels. Degradatie achten ze onmogelijk met zulke goede voetballers. Eensgezind ver­langen ze één ding van allen die het shirt mogen dragen: mouwen opstropen. Voetbal mét gif om te winnen. „ Als die Pluim ( Vitesseta­lent vertrokken naar Roda, HvG) er maar niet eentje inschiet”, zegt iemand. Of ‘onze’ Johnny bij Feye­noord. „ Gebeurt niet. Zetten we voor tegenwind gewoon het dak wat verder open.” Voetbalhumor.

Bij het verlaten van het trainings­complex is Benny Van Beers al­weer bijgedraaid. Zaterdag zit hij met zijn kornuiten trouw op de Oosttribune, zegt hij.

De Gelderlander

Hoofdsponsor: