Greene: ‘Zelfs kijken naar Studio Sport deed pijn’
Van speler van Feyenoord was hij opeens een werkloze voetballer. Serginho Greene (27) werd lange tijd gezien als de toekomstige back van Oranje, maar volgde in de eerste maanden van dit seizoen het voetbal plotseling via de televisie. Sinds november probeert hij zich bij Vitesse uit de luwte te vechten. ‘Ik heb nooit aan mijn toekomst getwijfeld.’
Het trainingskamp van Vitesse aan de Turkse Riviera zorgde begin januari bovenal voor positieve gevoelens. Onder zomerse omstandigheden werd op groene velden de beoogde basis gelegd voor een goede tweede seizoenshelft. Wedstrijden tegen Kayserispor (1-1) en topclub Besiktas (4-4) eindigden gelijk, terwijl de teambuilding volgens trainer Theo Bos ook buiten de lijnen goed tot stand kwam.
Eenmaal terug in Nederland leken de omstandigheden van Belek verder weg dan ooit. Sneeuw, kou en slechte velden zetten de Arnhemmers weer met beide benen op de grond, net als het verlies (2-1) tegen de Gelderse aartsrivaal NEC bij de hervatting van de competitie. Terwijl veel spelers met lichte tegenzin op trainingscomplex Papendal de frisse ochtendtraining tegemoet treden, lijkt één speler zijn lot stoïcijns te aanvaarden: Serginho Greene, voetballer met een missie en een club.
Werkloos
Vooral dat laatste was dit seizoen opeens geen vanzelfsprekendheid meer voor de verdediger. Na vier bewogen seizoenen in Rotterdam, was de mededeling begin 2009 duidelijk: Feyenoord en Greene gaan na het seizoen uit elkaar. Waar een vertrek uit De Kuip jarenlang sowieso de zekerheid van een transfer naar een gerenommeerde middenmoter betekende, blijkt de naam van die club op je cv inmiddels geen garantie meer voor een mooi vervolg. Theo Lucius kreeg ermee te maken, net als doelman Henk Timmer, en ook Greene kwam in dat rijtje terecht. Belangstelling was er volop, maar steeds liep het op niets uit. De Italiaanse Serie A-club Catania was onder meer geïnteresseerd, net als Olympique Nice uit Frankrijk, maar toen het nieuwe seizoen begon, zat de verdediger nog altijd zonder club. ‘In de zomerperiode ging het nog goed’, blikt Greene terug als we plaatsnemen in het restaurant aan de rand van Papendal. ‘Met wat jongens uit het betaalde voetbal, onder wie Edgar Davids en Romeo Castelen (Hamburger SV, destijds herstellende van een blessure, red.), hield ik mijn conditie op peil. We konden terecht op de velden van amateurclub De Volewijckers in Amsterdam. Zodoende pepten we elkaar op om fit te blijven en kon je niet verzaken. We begonnen meestal met wat loopoefeningen, maar deden ook veel met de bal. Vanaf juli stond ik er echter opeens alleen voor. De andere spelers konden bij hun clubs aansluiten, maar dat gold niet voor mij. Toch probeerde ik me zo goed mogelijk in te leven. Met eigen schema’s probeerde ik dezelfde arbeid te leveren als ik in al die jaren bij een club gewend was. Het was niet gemakkelijk, omdat er niemand fysiek als trainer aanwezig was. Daardoor moest ik zelf bepalen wanneer ik welke inzet moest leveren of wanneer ik juist rust moest nemen. De discipline om fit te blijven drong elke dag tot me door en daardoor kon ik mezelf telkens weer opladen. Ik had geen club, maar ik moest per se voorkomen dat ik er niet klaar voor was, als ik ergens een kans zou krijgen.’
Dat die kans zolang op zich liet wachten, had onder meer een sportieve oorzaak. Na een sterke beginperiode bij Feyenoord, waarin hij onder zowel trainer Erwin Koeman als Bert van Marwijk uitgroeide tot een vaste waarde in de defensie, viel Greene vorig seizoen ver terug. In de eerste seizoenshelft zag Gertjan Verbeek het nog wel in hem zitten. De trainer deed wekelijks een beroep op de Amsterdammer, in tegenstelling tot zijn opvolger Leon Vlemmings. Greene raakte volledig uit de gratie bij de interim-trainer en zag zijn verblijf in Rotterdam zo als een nachtkaars uitgaan. ‘Het was een bizar seizoen, waarin van alles gebeurde. Sportief ging het niet goed en ik had moeite me daaraan te onttrekken. Maar bij Vlemmings was het direct helemaal over. Hij vertelde me dat ik vierde keus was. Wat moet je dan? Als de eerste drie centrale verdedigers geblesseerd zouden zijn, dan werd een beroep op mij gedaan. Althans, dat werd mij in het begin verteld. Ik kon dus niets anders dan fit blijven, minuten maken bij de beloften en hopen op mijn kans. Na een paar weken leek die te komen. Alle verdedigers waren geblesseerd, dus ik was helemaal klaar om weer speelminuten te maken. Maar tot mijn grote verbijstering werd Denny Landzaat van het middenveld naar de achterhoede gehaald en bleef ik zitten waar ik zat. Een pijnlijk moment, helemaal omdat de trainer vertelde dat hij vond dat mijn voetballende gedeelte niet voldoende was. Nota bene een kwaliteit die door elke trainer die ik had meegemaakt juist werd geprezen. Ik wist voldoende, had geen zin in welles-nietes-spelletjes. Ik zag met eigen ogen wat er gebeurde en trok mijn eigen plan en conclusies.’
Wedstrijdspanning
En zo kwam er een teleurstellend einde aan het avontuur in De Kuip dat zo hoopvol begon. Als belofte maakte Greene in de zomer van 2005 de overstap van RKC Waalwijk naar Feyenoord. Daar ontwikkelde hij zich snel, waardoor er zowel binnen als buiten Rotterdam al openlijk werd gesproken over Oranje. In september 2005 nam bondscoach Marco van Basten hem op in de voorselectie voor de WK-kwalificatie-duels met Tsjechië en Macedonië. Tot een definitieve selectie en een interland zou het niet komen, mede door een hardnekkige knieblessure werd Greene ver teruggeworpen. ‘Tijdens mijn blessure volgde een trainerswissel en ik miste de voorbereiding op het seizoen. Van Marwijk gaf mij altijd vertrouwen, waardoor ik me onderdeel van het team voelde. Achteraf gezien kwam die blessure op een verkeerd moment. Ik moest een paar maanden toekijken en dan weet je dat het snel kan gaan bij een topclub als Feyenoord. Andere jongens krijgen natuurlijk een kans en zelf moet je weer je niveau halen. Dat op zich was al niet eenvoudig, en bovendien bleven ook de teamprestaties uit. Aan het begin van vorig seizoen leek er nog niets aan de hand. Feyenoord wilde langer met me verder, maar ik hield bewust even de boot af. Ik wilde een seizoen goed presteren en dan kijken wat er op mijn pad zou komen. Maar omdat ik sinds de winterstop opeens niet meer in het stuk voorkwam, liep dit helemaal anders af dan ik in gedachten had.’
Gevolg was dat Greene zijn eigen trainingsuren moest maken en moest hopen op een kans bij een andere werkgever. Dat ging niet zonder slag of stoot, tot verbazing van de speler zelf. ‘Voorheen stonden clubs in de rij om je op te vangen als je bij Feyenoord weg moest, maar die tijden lijken veranderd. Dat zag je bij Theo Lucius en Henk Timmer ook. Feyenoord is natuurlijk qua randvoorwaarden en achterban nog een topclub, alleen de prestaties waren al langere tijd ondermaats. En zonder prestaties van het team stel je als speler ook niet veel voor. Dat is wel weer gebleken. Er was wel wat concrete interesse, maar het gevoel moest helemaal kloppen. Dan maar even wat langer wachten.’
Dat even langer werd uiteindelijk ruim drie maanden. Greene moest met lede ogen toezien dat de carrousel van het betaalde voetbal gewoon doordraaide, ook zonder zijn actieve deelname. Het zorgde zeker voor moeilijke momenten. ‘Trainen, trainen, trainen, maar geen wedstrijden. Het ging aan me knagen. Je wilt ergens naartoe werken, met een groep, elke week weer opnieuw. Een gevoel waar ik normaal nooit bij stil stond. Ik voetbalde mijn hele leven en wist niet anders. Maar nu viel ik in de weekeinden opeens in een gat. Overal werd er gevoetbald, maar ik moest toekijken. Dat kon ik niet en heb ik ook nauwelijks gedaan. Ook Studio Sport op zondagavond liet ik voor wat het was. Het was gewoon geen optie voor mij, omdat het pijn deed. Ik moest daar staan, en niet voor de televisie zitten.’
Zelfbewustzijn
Zijn gedachten riepen strijdvaardige gevoelens op. Want hoewel de tijd verstreek en Greene nog altijd zonder club zat, was een terugkeer voor hem een absolute zekerheid. ‘Er zou zeker een goede club voor mij komen. Ik heb daar geen seconde aan getwijfeld. Ik heb altijd geloof in
mijn eigen kwaliteiten en daar vertrouw ik elke dag op. Puur zelfbewustzijn. Ik weet wat ik wel en niet kan, en kan dat als geen ander inschatten. Dat hoef ik dan niet van iemand anders te horen. Een ander kan me heel goed vinden, of juist helemaal niets. Dat is een mening, maar daar moet je als speler nooit afhankelijk van willen zijn. Door het geloof in mezelf heb ik nooit getwijfeld. Ik was 27 jaar en topfit. Het zou zeker goed komen.’
Het optimistische gevoel ten spijt, de concrete aanbiedingen bleven mede door de beperkte middelen van de clubs in Nederland uit. Gevolg was dat het individuele trainingsschema met de dag een grotere opgave werd. Greene keek het niet langer meer aan en nam half september zelf het initiatief. Hij pakte de telefoon en belde zijn oud-ploeggenoot Marc van Hintum, inmiddels technisch directeur van Vitesse, met de vraag of hij niet iets voor hem kon doen. ‘Zijn reactie was positief en daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor. Ze gaven aan dat een overgang niet direct mogelijk was, gezien de financiële middelen. Maar voor mij was het op dat moment al een verademing om weer deel uit te maken van een groep. Gelukkig kon ik op het trainingsveld al vrij snel laten zien dat ik niet had stilgestaan. Conditioneel zat het goed en het niveau kon ik eenvoudig aan. Vitesse heeft een talentvolle selectie, maar geen grootheden zoals bij een topclub. Ik werd hartelijk ontvangen, kon gelijk al goed meekomen en heb de clubleiding kunnen overtuigen van mijn kwaliteiten. Begin november tekende ik een contract tot het eind van het seizoen. Zo kon ik Vitesse versterken en tegelijkertijd mezelf in de spotlights zetten. Ik heb nu een kleine stap teruggezet, maar als ik mijn niveau haal, weet ik zeker dat ik weer stappen vooruit kan zetten.’
Greene praat zoals hij zich voortbeweegt. Zelfbewust en bovenal relaxt. Hoewel hij de afgelopen maanden de onzekere kanten van zijn vak heeft ervaren, is zijn luchtige levensopvatting onveranderd gebleven. ‘Ik maak me niet snel druk om dingen die ik toch niet in de hand heb. Ik blijf altijd mezelf en heb elke dag beseft dat er belangrijkere dingen zijn dan voetbal. Het is een geweldig beroep, maar ik ga mezelf niet veranderen. Problemen komen vanzelf op je af, die hoef je niet op te zoeken. Ook buiten het voetbal niet. Ik heb vijf jaar geleden in een paar maanden tijd mijn vader en mijn oma verloren. Het was bij mijn vader opeens voorbij, een hartstilstand, terwijl hij altijd kerngezond was. We hadden een heel hecht gezin, waarin mijn vader me altijd met veel enthousiasme volgde. Hij werkte in Amsterdam bij een drukkerij, maar miste zelden een wedstrijd van me in de jeugd van Ajax. Zijn overlijden heeft me misschien wel onbewust geleerd dat je alles in het juiste perspectief moet zien. Ik ben gezond, heb een dochtertje van zes maanden en veel warme mensen om me heen. Ik weet inmiddels dat dit niet verandert als ik even geen club heb.’
‘Serginho is voor veel clubs een aanwinst’
Marc van Hintum stond aan de basis van de komst van Serginho Greene naar Vitesse. De technisch directeur van de Arnhemmers werd half september door de verdediger opgebeld of hij mee mocht trainen. Greene en Van Hintum speelden tussen 2003 en 2005 samen bij RKC Waalwijk. De achtvoudig international was blij verrast met de toenadering van de speler. ‘Eigenlijk was ik wel verwonderd dat Serginho zoveel moeite had om een club te vinden’, zegt Van Hintum. ‘Hij is voor veel clubs in de Eredivisie een aanwinst en daarom was mijn reactie direct positief. Sinds we samen speelden ben ik hem blijven volgen en ik kende dus zijn situatie. In overleg met de technische staf gaven we Serginho de kans om zijn conditie op peil te houden, maar we waren wel eerlijk. Onze mogelijkheden waren ontoereikend om hem een contract aan te bieden. Dat veranderde na een paar weken. De technische staf was zeer positief over hem en het lukte ons om externe financiers bereid te vinden om geld voor een contract vrij te maken.’ Beide partijen kwamen een verbintenis tot het einde van het seizoen overeen. Toch sluit Van Hintum een langer verblijf zeker niet uit. ‘Dat is een eventueel volgend hoofdstuk, waar we zeker open voor staan. Maar eerst is het zaak dat Serginho deze goede lijn doortrekt. Hij heeft een basisplaats, veel eraring, ligt goed in de groep, en wordt steeds fitter. We kunnen dus duidelijk spreken van een win-winsituatie.’