Iedere wedstrijd telt voor tv-geld
Voortaan is het meteen na afloop van de play-offs klip en klaar hoeveel iedere club in het nieuwe seizoen aan tv-rechten gaat ontvangen. Dat komt omdat tegelijk met de Fox-deal ook een nieuwe verdeelsleutel van de tv-miljoenen werd samengesteld.
Tot nu toe was de verdeling van het geld door het samenwerkingsverband Eredivisie CV nogal ingewikkeld. Verschillende factoren telden. Niet alleen de prestaties uit het verleden, maar ook de zogenaamde cpm-index, zeg maar de marketingwaarde van een club, speelde een fikse rol. Dat gaat nu veel eenvoudiger. Het geld voor het komende seizoen wordt verdeeld door simpelweg een eredivisieranglijst over de laatste tien seizoenen samen te stellen. Per seizoen krijgt een club punten, omgekeerd evenredig aan de klassering. De kampioen krijgt achttien punten, de nummer laatst één punt. Bovendien tellen recente seizoenen zwaarder mee dan oude seizoenen. Zo krijgt het voorbije voetbaljaar de factor tien, dus levert het kampioenschap Ajax 180 punten op. De titel van 2012 voegt 162 punten toe (9 maal 18 punten), enzovoorts.
De op deze manier samengestelde ‘tv-geldranglijst’ is gekoppeld aan een tabel met percentages. Zo krijgt de nummer één van de lijst 12,95 procent van de totale tv-gelden, bijna 8 miljoen euro. Per positie op de ranglijst lopen de percentages af, waarbij de verschillen naar beneden toe steeds kleiner worden.
Bij de onderhandelingen over de percentages, een klein jaar geleden, kwam het tot fikse confrontaties tussen de grote clubs en een aantal kleintjes. De laaggeklasseerde clubs vonden het feit dat de top vijf liefst 52 procent van alle tv-gelden krijgt te gek voor woorden. Zij verloren de strijd echter.
Daarom heeft Nederland nu een systeem waarbij de nummer achttien van de tv-ranglijst minder dan een vijfde aan tv-geld krijgt ten opzichte van de kampioen.
Ter vergelijking: in Engeland gaat dat heel anders. Daar wordt het overgrote deel van de tv-gelden gelijk verdeeld onder alle teams in de Premier League. Slechts een deel wordt toebedeeld op grond van achterban, prestaties en dergelijke. Het gevolg: het verschil tussen de nummer één en de nummer laatst is klein: 75 miljoen tegen 50 miljoen. In Italië gaat het meer zoals in Nederland. Daar ontving de nummer één de voorbije jaren 100 miljoen euro en de nummer laatst 25 miljoen.