18 oktober 2015 In de media

Mo Allach strijdt tegen de beeldvorming van Vitesse

Twee jaar was hij de meest onzichtbare technisch directeur van Nederland. En dat vindt hij wel prima.
Eenmalig doorbreekt Mo Allach (42) het stilzwijgen. Over aanhoudende kritiek, het Chelsea-imago en een eigen Vitesse-lab.

Op 1 oktober was u precies twee jaar in dienst bij Vitesse. Toch is dit pas uw eerste grote interview in VI.
‘Laten we het er dan maar van nemen.’

Serieus. Uw collega’s staan de media wekelijks te woord. Bij u konden we pas na acht interviewverzoeken aanschuiven. Ondertussen bekijkt u trainingen van het eerste elftal verstopt tussen een paar bomen. Vanwaar toch die terughoudendheid?
‘Ik ben geen man van de media. Ik hou er niet van op de voorgrond te treden. Natuurlijk besef ik me dat het onderdeel van mijn baan is. Vandaar dat ik drie, vier keer per jaar een uitgebreid interview geef waarin ik het sportieve beleid van onze club uitleg. Zoals nu. Dat is in mijn ogen ruim voldoende. Daarnaast vind ik het belangrijk mijn collega’s een podium te bieden. En dat ik trainingen van een afstand bekijk  is een bewuste keuze. Ik wil in alle rust alles kunnen overzien. Dat gaat niet als ik constant handjes aan het schudden ben. Bovendien staan de hoofdrolspelers op het veld.’

Toch kunnen we ons niet aan de indruk onttrekken dat de aanhoudende kritiek u mediaschuw heeft gemaakt.
‘Ik heb behoorlijk wat voor mijn kiezen gehad als je dat bedoelt. Met name vanuit de media. Dat raakte zelfs mijn privésfeer. Dat zet je aan het denken. Wat kan je vertellen en tegen wie? Laat ik het er op houden dat de media verantwoordelijkheden hebben. Een ieder moet goed bij zichzelf te rade gaan of hij daar op een juiste manier mee omgaat. Mijn beginperiode bij deze club was behoorlijk heftig.’

Het begon met de zaak Dan Mori. De verdediger die vanwege zijn Israëlische nationaliteit niet mee mocht op trainingskamp naar Abu Dhabi.
‘Je mag best weten dat die periode de moeilijkste uit mijn carrière is geweest. Het was een gevecht tussen de socialist én de professional in mij. Daar heb ik ongelofelijk veel last van gehad. Ik wist dat we moesten gaan, de afspraken waren al gemaakt. We hebben het hier wel over topsport. Toch kon de mens Mo Allach het niet verkroppen dat we een jongen achter moesten laten vanwege zijn nationaliteit. Dat heeft me niet alleen geraakt, het heeft ook behoorlijke gezondheidsklachten opgeleverd. Ik was er letterlijk ziek van.’

U was onzichtbaar. Mo Allach werd de man die zich in een speeltuintje verstopte voor de pers.
‘Het was een paradox. Het was een politieke beslissing.’

Het maakte de kritiek niet minder om.
‘Dat klopt. Ik had het ook graag anders gedaan, maar we hadden toen der tijd geen keuze. Zoals ik al zei, het raakte zelfs mijn privésfeer. Als mijn kinderen en familieleden im fragen komen, gaan we een paar stappen te ver. Wat er precies is gebeurd hou ik liever voor mezelf. Maar het ging wel te ver! En ik was niet de enige. Er zijn meer collega’s die in de privésfeer problemen hebben gehad door zaken die in de media zijn besproken. De mediawereld is veranderd. Je hebt serieuze journalistiek en amusementsjournalistiek. Daar wordt een beetje tussen gepingpongd. Dan weer serieus, dan weer amusement. Het maakt het voor een technisch directeur lastig om een goede relatie aan te gaan met de media. Het maakt je terughoudend.’

Heeft u in die periode overwogen op te stappen?
‘Je moet weten dat ik ongelofelijk van het spel hou. Hier ligt mijn passie. Maar goed, de voetballerij zit soms ook gevangen in een wereld die niet de mijne is. En ik wil zo dicht mogelijk bij mezelf blijven. De gang van zaken rondom Mori heeft me diep geraakt. Ik was kapot. Dus ja, ik heb serieus overwogen ermee te stoppen. Het was een optie, maar ik zit er nog. Dat geeft aan dat ik mijn werk té leuk vind, net als de mensen met wie ik elke dag werk.’

Toen u twee jaar geleden bij Vitesse begon, zei u: “Dit is een club in opkomst met goede middelen”. Wat is daar nog van over?
‘Voordat je bij een club op gesprek gaat, weet je eigenlijk nog niet zoveel. Je hebt aardig wat vragen waar de club vaak geen antwoord op kan geven. Het gaat dan vaak om bedrijfsgevoelige informatie. Toen ik in gesprek was met Vitesse heb ik een analyse gemaakt van waar de club daadwerkelijk stond en met welke scenario’s ik rekening moest houden. Dat was inderdaad lastig, vooral waar het om de financiële huishouding ging. Je vraagt naar de mogelijkheden, de spelersbegroting en de toekomstvisie. Maar dat kan in de praktijk anders zijn.’

U doelt op het vertrek van Merab Jordania en de financiële puinhoop die hij achterliet.
‘Er gebeurde veel in een paar maanden. De eigenaarswisseling inderdaad, maar ook de installering van de raad van commissarissen. De financiële mogelijkheden werden inderdaad snel minder. Er moest bezuinigd worden. Mijn taak bleef hetzelfde. Er was de jaren daarvoor veel geld gestoken in de eerste selectie. In de eerste paar jaar van het eigenaarschap – in de periode dat Merab Jordania nog eigenaar was – heeft de club een flinke sprong op de ranglijst gemaakt. Aan de innovatiepoot, de scouting en de voetbalacademie was weinig gedaan. Niets eigenlijk. De strategie was om op korte termijn te presteren met het eerste elftal. Het fundament was vergeten, de afstand tussen het eerste elftal, de scouting en de academie was veel te groot. Mijn taak die afstand te verkleinen.’

Mede ingegeven door de regels van het Financial Fair Play.
‘Dat klopt. Mede door die regels en de bedrijfskoers die we wilden varen na overleg met onze grootaandeelhouder, hebben wij moeten bezuinigen en doen we dat nog steeds. We moesten een stapje terugdoen, maar wilden even ambitieus blijven. Daar zat de uitdaging. Er is wel geïnvesteerd, maar dan vooral in de jeugd. Dat mag wel binnen de regels van het Financial Fair Play (FFP) en daar heb ik een investeringsplan voor geschreven. Het doel werd zo snel mogelijk, zoveel mogelijk jeugd door te laten stromen. De eigenaar kon zich vinden in die plannen.’

U spreekt geregeld met Alexander Chigirinskiy?
‘Ik heb hem een keer of drie gesproken. Eén keer hebben we echt een dieptegesprek gevoerd. Er is behoorlijk geïnvesteerd in de academie en ik vertolk daarbij een sleutelpositie. Toch loopt het contact met hem vooral via algemeen directeur Joost de Wit. Ik werk samen met Joost en leg verantwoording af aan de raad van commissarissen.’

Kunt u uitleggen waarom een man meer dan honderd miljoen euro in een Eredivisieclub stopt en vervolgens nooit komt kijken?
‘Dat zal je aan hem moeten vragen.’

U begrijpt wat ik bedoel. Nederland lacht om de Chinese praktijken bij ADO Den Haag maar het is nog altijd volstrekt onduidelijk wat zijn bedoelingen zijn met Vitesse.
‘Het gaat erom dat de directie en de RVC dat weten.’

Wat zijn die bedoelingen dan?
‘Hij steunt ons beleid. We willen met het eerste elftal op hetzelfde ambitieniveau blijven werken, maar dan met minder middelen. Ondertussen moet er een goed fundament onder de club komen. Met een goede scouting, sterke jeugd en een innovatief karakter. Het is precies dat waar ik me de laatste twee jaar mee bezig heb gehouden.’

Leg uit.
‘Mijn belangrijkste doel was om tot een verhaal te komen dat iedereen binnen Vitesse begrijpt en kan doorvertellen. Veel clubs zeggen: bij ons staat voetbal centraal. Dat ben ik wel met ze eens, maar het is een containerbegrip. Wij zijn een stap verder gegaan en zeggen: onze speelwijze staat centraal. De laatste twee jaar hebben we een DNA ontwikkelt, de manier waarop wij willen spelen bij Vitesse. Die speelwijze staat centraal in alles wat we doen, binnen elke geleding van de club. Over tien jaar moet er nog op dezelfde manier worden gedacht en gewerkt. We hebben een herkenbaar Vitesse DNA-ontwikkelt. Herkenbaar, attractief en dominant voetbal. Vanuit die filosofie kun je trainers opleiden en spelers aantrekken. Daarnaast is innovatie heel belangrijk.’

Dat is ook een containerbegrip.
‘Laat ik het duiden. Allereerst hebben we de academie en de scouting geoptimaliseerd. Er zijn trainers, veelal met een Vitesse-verleden aangetrokken, die we opleiden. Daarnaast hebben we een innovatief scouting-systeem opgezet. We laten niks meer aan het toeval over. Vervolgens zijn we op zoek gegaan naar strategische partners die met ons aan de voetbalvisie willen schaven. Bij strategische partners moet je onder meer denken aan wetenschap, bedrijven en onderwijs. Daarin gaan we steeds verder. We staan op het punt ons eigen Vitesse-lab te beginnen. We praten met enkele grote bedrijven die ons gaan helpen om onze research- en development poot in te richten. Een soort science voetbalpark Vitesse.’

Een Vitesse-lab?
‘Er komt heel veel data binnen, zeker als het gaat om de scouting en de ontwikkeling van jeugdspelers. Probleem bij veel clubs is dat er vervolgens weinig met die data wordt gedaan. We weten hoe een speler zich ontwikkelt en klaar. Wij gaan verder. We zijn nu met een aantal knappe koppen bezig om alle datastromen te centraliseren tot een datacenter. Ons doel? Om antwoorden te krijgen op vragen die voortkomen uit de eerste selectie, de jeugdopleiding en de scouting. Ik zal een voorbeeld geven. Momenteel zijn we bezig met de definitie van spelintelligentie. Voetbal is een spel, dat vereist een bepaald inzicht. Maar wat is voetbalintelligentie en hoe kunnen we dat verder uitkristalliseren. Kan je ook spelintelligentie ontwikkelen? Op dat soort vragen willen wij antwoorden krijgen door onze data.’

Science voetbalpark Vitesse. Dat betekent dat er binnenkort een enorme generator op Papendal staat?
‘Nee. Je moet het zo praktisch mogelijk houden voor alle mensen binnen de organisatie. Ik zeg wel eens tegen die knappe koppen: “Soms snap ik niet dat intelligentia alles zo lastig formuleren. Waarom is men niet zo intelligent dat ze een taal spreken die iedereen begrijpt?” Wij willen in voetbaltaal met elkaar praten. Voor iedereen binnen de club moet duidelijk zijn wat wij van een rechterverdediger verwachten. Ook in de jeugd. Vervolgens beoordeelt een trainer zijn speler, beoordeelt de speler zichzelf en hebben we bepaalde succesindicatoren waarop iemand getoetst wordt. Dat is een behoorlijke bulk data. Dan komt het research lab in beeld. We zien successen, gebreken en kunnen waar nodig ons kader en de individuele benadering aanpassen. Misschien moet de training anders, misschien moeten we het juist wel zoeken in het sociaal-maatschappelijk traject.’

Probeer het eens te vertalen naar het veld. Waar blijven de eigen talenten?
‘De academie heeft door de jaren heen uitstekend gefunctioneerd, gezien de beperkte middelen die er waren. Nu wordt er wel geïnvesteerd. Opleiden is een langetermijnproces. Natuurlijk probeer je het proces wel te versnellen. We hebben de laatste tijd aardig wat talentvolle jeugdspelers van andere clubs naar onze academie gehaald. Het complete niveau moet omhoog. De laatste interlandperiode hadden we veertien jeugdinternationals. Dat zie ik als een succesje. Die jongens passen stuk voor stuk binnen onze voetbalvisie. Inmiddels horen we tot de beste vijf opleidingen van Nederland. Dat is mooi, maar ik ben het met je eens dat het pas echt waarde heeft als er constant eigen jongens doorstromen.’

Zelfopgeleide spelers als Adnane Tighadouini, Sander van de Streek en Brahim Darri werden onder uw bewind te licht bevonden. Elders bleken ze wel goed genoeg voor de Eredivisie.
‘Eén van de belangrijkste pijlers is dat wij jonge spelers een serieuze kans willen bieden bij de eerste selectie. Maar het gaat daarbij ook om een stukje timing. Hoe lang speelt een jongen al in een beloftenelftal? Heeft iemand te veel concurrentie op zijn positie?’

Ze werden verdrongen door talenten van Chelsea. Huurlingen boven jeugdspelers.
‘Ik wil het omdraaien. Huurlingen kunnen ook heel waardevol zijn om eigen spelers de tijd te geven. Een huurling blijft minimaal één, maximaal twee seizoenen. In die tijd kan een jeugdspeler worden klaargestoomd voor het eerste elftal. Dat is een strategie die ik in de media nog wel eens mis. Huurlingen lopen niet per definitie iemand in de weg. Wij moeten net als andere clubs elk jaar opnieuw bouwen. Bij de samenstelling van de selectie kijken we eerst naar de eigen academie. Komt er geen eigen speler voor een positie in aanmerking, dan leggen we het neer bij de scouting. Dan wordt er ook bij Chelsea gekeken. Maar eigen talent zal altijd voorgaan. Neem vorig seizoen. Wallace werd als rechterverdediger gehuurd van Chelsea maar Kevin Diks kwam eraan. Hij ontwikkelde zich razendsnel en kreeg zijn kans. Nu is hij niet meer weg te denken uit de basis. Hij heeft profijt gehad van het feit dat Wallace er was. Op die manier kon hij gefaseerd toewerken naar een basisplaats. Nogmaals, ik zie weinig kwaads in huurlingen.’

Zou u zelf een seizoenkaart kopen voor Izzy Brown of Lewis Baker?
‘Dan impliceer je dat een supporter een seizoenkaart koopt voor een individuele speler. Volgens mij ben je in eerste instantie supporter vanwege de club. Dat is uiteindelijk waarom je supporter bent.’

Twee jaar geleden gingen fans nog de barricade op. Hun boodschap: Vitesse is van ons. Het huidige Vitesse speelt leuk voetbal maar kent weinig Arnhemmers.
‘Laten we het eens bij de feiten houden. Wij worden een vreemdelingenlegioen genoemd omdat we spelers van Chelsea huren. Bij andere clubs lopen ook buitenlandse spelers rond. Sterker nog, als het om het aantal nieuwe spelers gaat waren wij dit seizoen niet meer dan een middenmoter. Je kunt ook zeggen dat wij met Kevin Diks, Piet Velthuizen. Eloy Room, Guram Kashia, Valerie Qazaishvili en Renato Ibarra jongens bij de selectie hebben die hier al jaren rondlopen. Dat heet perceptie.’

Toch kijken we wekelijks naar Dominic Solanke en Lewis Baker. Voor veel voetbalvolgers is Vitesse nog altijd Chelsea B.
‘Ik heb het punt bereikt dat ik me daar niet meer aan erger. Ik kan het niet controleren, niet reguleren. Daarnaast wil ik uitspreken dat wij ongelofelijk trots zijn op onze samenwerking met Chelsea. Het is één van de grootste clubs ter wereld. Wij hebben onze eigen visie.  Daarin is ruimte voor jonge talenten van Chelsea. Het ene jaar zijn het er twee, het andere jaar vier of vijf. We hebben nog behoorlijk wat slagen te maken. Dan is het toch geweldig om dit soort pareltjes te kunne huren. Bovendien is het goed om te zien dat we nog altijd bovenin mee kunnen draaien, ondanks alle bezuinigingen. En wat de buitenwacht betreft: wij kunnen alleen ons verhaal herhalen. Dat begint met onze voetbalvisie en het spel onder Peter Bosz.’

Heeft Peter Bosz de club gered?
‘Wat bedoel je met gered?’

De rust is wedergekeerd nadat de prestaties beter werden.
‘Dat klopt. De term gered gaat mij alleen wat ver. Het gaat erom dat wij binnen de organisatie onze focus hebben gelegd op de manier van voetballen. Ons DNA. Als mensen het tegenwoordig over Vitesse hebben, gaat het over mooi en goed voetbal. We hebben ondanks de minimale middelen ook dit jaar een uitstekend team staan. Dat is een compliment voor heel de organisatie.’

Maar de Arnhemse voetbalvisie draagt een duidelijk Peter Bosz-stempel.
‘Gelukkig maar. Peter heeft een goede kijk op voetbal. Hij is dan ook nauw betrokken geweest bij het vormen van onze voetbalvisie. Hij heeft meegedacht en meegeschreven aan ons DNA. Bovendien is hij niet te beroerd een actieve bijdrage te leveren aan de academie. We zijn erg tevreden over zijn inbreng.’

En dus ligt contractverlenging voor de hand.
‘Vorig jaar hebben we met Peter gesproken over een nieuw contract. Toen heeft hij ervoor gekozen met één seizoen te verlengen. Hij heeft zijn eigen ambities en dat juich ik toe. Ik vind dat iedereen binnen Vitesse ambities moet hebben om nog hogerop te komen. We hebben destijds met een jaar verlengd en afgesproken elk jaar de balans op te maken. Onze intentie is om een langdurige samenwerking met elkaar te realiseren. Als het aan mij ligt blijft hij nog jaren trainer.’

En uzelf?
‘Dat weet ik nog niet. Mijn contract loopt 1 februari 2017 af. We zullen dit jaar de balans opmaken. Ik ga er eens rustig over nadenken. Dit is mijn derde voetbalseizoen bij Vitesse. Ik ben aan een enorme klus begonnen en heb het goed naar mijn zin. Mijn eerste optie is om te verlengen. Maar het kan ook zo zijn dat ik uit de voetballerij stap of een sabbatical neem.’

Omdat de voetballerij na al die jaren toch niet uw wereldje is?
‘Dat spookt soms wel door mijn hoofd. Binnenkort zit ik elf jaar in het vak als technisch directeur. Ik heb veel gezien, geleerd, ervaren. Je moet altijd goed bij jezelf ten rade gaan hoe je je verder kunt ontwikkelen als mens. Ik merk ook dat er behoorlijk wat roofbouw op mij wordt gepleegd. Ik heb een gezin met twee geweldige kinderen. Die zijn inmiddels al zo oud dat ze redelijk kunnen verwoorden dat papa wel erg vaak van huis is.’
 

VI / Foto’s SV

Hoofdsponsor: