7 december 2010 In de media

Revolutie Ferrer overstijgt Adriaanse

Albert Ferrer krijgt sinds zijn aantreden als hoofd­coach van Vitesse tijd te ex­perimenteren met een club in degradatiegevaar. Dat is ongekend.


De werkwijze van trai­ner Albert Ferrer bij Vitesse laat zich mis­schien het beste verge­lijken met die van Co Adriaanse in 1997 bij Willem II. De Amsterdam­mer voerde in Tilburg een revolu­tie door en dat zorgde voor de no­dige onrust. Veel mensen herinne­ren zich de opgeklopte koffiejuf­frouw- affaire, minder de moeilijke start van ‘het nieuweWillem II’ dat snel onder druk kwam te staan door het uitblijven van resultaat. Zo verloor Adriaanse op 10 sep­tember 1997 met 3- 1 van Vitesse. Willem II speelde prima, maar pas twee jaar later betaalde Adriaanse het vertrouwen terug met kwalifi­catie voor de Champions League.

In Arnhem zorgt Ferrer in zijn eer­ste weken voor onrust. Hij implan­teert zijn eigen (topclub)beleid en hangt elk weekend een A4tje op waar de spelers kunnen zien of zij bij de selectie zitten. Zo werd Jen­ner na twee basisplaatsen naar de tribune gezet en bewandelde Bara­zite de omgekeerde weg, al kreeg hij geen basisplaats. Snijders en Fe­lixdaal werden uit de schaduw ge­haald en speelden bij Groningen, waar de oudgedienden Drost, Sprockel, Jenner én Nilsson op de tribune zaten. Dat zou tot grote on­rust kunnen leiden, zeker na de 4- 1 nederlaag. Vitesse verkeert op papier immers in degradatiegevaar en heeft in 2010 nog zware duels tegen Ajax (thuis), NAC (uit) en FC Twente (uit, beker) voor de boeg, maar Ferrer gaat rustig door met experimenteren en keihard doorselecteren. Wie niet mee wil of kan, moet maar snel vertrekken, de lat gaat elke week omhoog.

Maar een oude voetbalwet zegt dat de club die halverwege het sei­zoen onderaan bungelt, daar in de regel niet wegkomt. Ook al trekt Zjordania in de winter nog vijf nieuwe spelers aan, een garantie op succes (Europees voetbal) is er niet. Sterker, een paar onverwach­te tegenslagen en Vitesse komt echt onder grote druk. Net als bij Adriaanse heeft de revolutie van Ferrer succes nodig, maar net als bij Adriaanse zijn op het veld de contouren van het nieuwe gedach­tegoed zichtbaar. Het Vitesse van Ferrer is als het Willem II van Adriaanse na een paar weken. Zon­der echt resultaat, maar met aan­toonbare potentie. Waar Adriaan­se een seizoen de tijd had om een basis te leggen, moet Ferrer echter in een half seizoen een degradatie­kandidaat ‘oppimpen’ tot een hart­veroverende voetbalmachine. Een grote revolutie vraagt grote risico’s en grote daden en dat laatste kan niemand Zjordania en zijn onerva­ren oogappel Ferrer ontzeggen.

Column door Egbert van der Weerd

De Gelderlander

Hoofdsponsor: