11 december 2010 In de media

Stanley Menzo moet zijn plek nog vinden

In het kielzog van Albert Ferrer en Albert Capellas ging Stanley Menzo 16 no­vember aan de slag bij Vites­se. Zondag komt Ajax, de club waar hij groot werd

Vraag: ‘ Wat brengt twee Spanjaarden en een Suri­naamse Nederlander sa­men bij Vitesse?’ Antwoord: ‘ Liefde voor het voet­bal’ En niet liefde voor zo maar voet­bal, maar liefde voor het spel van Ajax, van Barcelona, van Cruijff, voor het avontuurlijke spel over de vleugels, opgebouwd van achter­uit. Te beginnen bij de keeper. „ De enige manier van spelen die ik ken”, zegt Stanley Menzo. „ Spelen vanuit balbezit, zo ben ik opge­groeid, anders ken ik niet.” Anders is er niet voor de populair­ste Ajax-doelman uit de Amster­damse clubhistorie, die morgen met zijn nieuwe club Vitesse tegen­over ‘zijn’ Ajax staat. „Ik woon vlakbij het stadion in Amsterdam, mijn buurman heeft een seizoen­kaart, het gaat altijd over Ajax. Maar dat is niet alleen in Amster­dam. Overal gaat het altijd over Ajax.” Menzo keek woensdag met meer dan gewone belangstelling naar AC Milan-Ajax en zag eindelijk weer het Ajax dat hij gewend was te zien. Met een enigszins dubbel gevoel zag hij de Amsterdammers aan de hand van de nieuwe trai­ner Frank de Boer overtuigend met 2-0 winnen. Mooi voor Ajax, niet voor Vitesse, dacht Menzo. „Nee, ik ben niet blij met die ver­andering, niet nu. Het had van mij wel wat later mogen gebeuren. Ik heb een Ajax gezien zoals Ajax hoort te spelen. Het was frappant, zo’n verschil.” Enkele dagen eerder zag hij in de Arena Ajax-NEC nog op 1-1 eindi­gen. „Toen zag ik een bleek Ajax.

Tegen Milan stond er een fris elf­tal, dat durfde op te bouwen, druk te zetten en vooruit te spelen. En zo veel andere spelers stonden er niet op het veld. Drie. De Jong in de spits, Eriksen op het midden­veld en Suarez was er bij.” En toch dat grote verschil. „Het kan ook met instelling en strategie te maken hebben. Je kunt zien dat er iets teweeg is gebracht. In posi­tieve zin, ze hebben vertrouwen gekregen”, zag Menzo. „ Maar dat betekent niet dat wij ze niet kun­nen verslaan. Dit is één wedstrijd, er is ook niet zo heel veel veran­derd. Er stonden voornamelijk de­zelfde spelers op het veld als tegen NEC en die speelden toen een draak van een wedstrijd.”

Dat vond Menzo niet van de spe­lers van Vitesse na de 4- 1 neder­laag bij FC Groningen. „Ik heb een elftal gezien dat durfde te voetbal­len. Dat had ik niet eerder gezien, alleen leverde het nog geen rende­ment op.” Pas een kleine vier weken is Men­zo met zijn Spaanse collega’s bezig aan ‘project 2013’; een project waarmee technisch directeur Ted van Leeuwen Menzo overhaalde het hoofdtrainerschap bij SC Cam­buur te verruilen voor een ‘rol op het veld’ bij Vitesse. „Vertrouwen in Ted van Leeuwen en de kans om in de eredivisie te werken, dat zijn de twee belangrijkste redenen geweest om het doen”, bekent de oud-doelman, die ooit vanwege zijn bijzondere voetballende kwali­teiten door toenmalig trainer Jo­han Cruijff in het doel van Ajax werd gezet.

De schaduw van Cruijff hangt niet alleen boven Ajax, maar ook bo­ven project 2013 bij Vitesse. Clubei­genaar Merab Zjordania heeft drie jaar uitgetrokken om Vitesse in ‘ klein Barcelona’ om te toveren.

Twijfelen aan de mogelijkheden en de ambities van Zjordania deed Menzo niet. „Daar heb ik mij niet mee bezig gehouden. Je weet dat een club van eigenaar kan verande­ren. Dan kom je weer in een ande­re situatie terecht. Zo zit de voet­ballerij in elkaar. Bij Cambuur werd alles anders door een sterfge­val.”

Waar Ferrer debuteert als trainer deed Menzo ruime ervaring op in het amateurvoetbal en de eerste di­visie. „Het is natuurlijk lastig dat we bij Vitesse middenin het sei­zoen zijn begonnen. Voor mij als Nederlander gaat het nog, maar voor mijn Spaanse collega’s komt er het een en ander bij. Ze moeten bijvoorbeeld verhuizen. Er komt ontzettend veel op je af, we draaien dubbele dagen.”

Voor Menzo komt daarbij dat hij mee moet trappen op de Spaanse tandem. „We zijn net begonnen en het is voor mij nu nog zoeken naar mijn plekje. Je komt bij een nieuwe club, de voertaal is Engels en als de twee andere trainers snel iets overleggen, communiceren ze in het Spaans. Ook al word ik over­al bij betrokken, je moet ook op het veld je plek nog zien te vin­den”, erkent de Amsterdammer.

„ Ik heb niet het gezag dat ik de laatste jaren als hoofdtrainer had, dat is anders. Ik moet het gevoel hebben dat ik door de spelers als een volwaardig trainer wordt ge­zien. Dat ze luisteren naar wat je te zeggen hebt. Maar ik heb ge­noeg ervaring als trainer om in de­ze groep een toegevoegde waarde te zijn.”

Zo zag Menzo van dicht bij spelers reageren op de nieuwe methodes van Ferrer, die bijvoorbeeld daags voor de wedstrijd de selectie met achttien namen ophangt. Julian Jenner kreeg op die manier te le­zen dat hij na twee basisplaatsen en redelijk tot goede kritieken op zijn spel, plots naar de tribune werd verwezen.

„Er is een hele nieuwe filosofie, spelers krijgen verschillende nieu­we dingen, sommige positief, ande­re negatief. Alle trainingen met de bal, dat vinden ze fijn, er is plezier. Dat zie je. Ze hoeven niet per se met zijn allen te lunchen, dat geza­menlijke is eraf. Het is meer de Spaanse cultuur, wat losser dan Nederlandse spelers gewend zijn. Die kennen meer het strakke en gedisciplineerde.”

„Trainen met de bal is fijn, dat los­se vinden ze fijn, maar als ze op de tribune belanden is dat niet fijn. Voor niemand. Julian Jenner heeft dat heel professioneel opge­pakt. Die heeft niet de kop in de wind gegooid, maar is naar de trai­ner gegaan en heeft om uitleg ge­vraagd. Dan krijgt hij die. Ferrer heeft ook gezegd dat je altijd kunt praten, zijn deur staat open. Hij wil in de spelersgroep staan, geen afstand creëren.”

Hoewel de Spaanse inslag nieuw is, herkent Menzo veel van de ‘oude’ trainingsmethoden; de posi­tiespelletjes, de nadruk op balbe­zit. „Ik herken het van Ajax en van mijn eigen methoden, al geven zij er weer een eigen draai aan. Maar alles is gericht op plezier en wan­neer heb je plezier in het voetbal?

Als je de bal hebt. Hoe vaker je de bal hebt, hoe meer plezier. Klinkt simpel, maar zo is het wel. Er is niks erger dan 90 minuten achter de bal aan rennen en niks plezieri­ger dan de bal hebben.”

In dat proces is Vitesse net een kleine vier weken onderweg. An­ders dan Ajax kan de Arnhemse club niet bogen op een jeugdoplei­ding waar de spelers sinds jaar en dag volgens een ‘vaste school’ wor­den opgeleid. „Wat dat betreft is er geen club met Ajax te vergelijken, die historie heeft niemand, ook Vitesse niet. Als de jeugd er niet in is opgeleid, moet je het in kwali­teit zoeken. Spelers die het wel op­pikken. Wij willen opbouwen van achteruit. Dat gaat niet via twintig schijven zoals het Barcelona van nu, maar dat is ook niet in een jaar opgebouwd. Bij ons gaat het mis­schien over vijf, zes schijven voor we voorin zijn. Het is aan ons, de trainers, te anticiperen op de om­standigheden.”

Daarbij hebben de trainers ook te maken met de ranglijst. „We staan er niet best voor met Vitesse en je hebt natuurlijk wel resultaat no­dig. Dat betekent dat je misschien een keer wat eerder de lange bal moet kiezen in plaats van met mooi combinatiespel, voetballend voorin te komen. Dan moeten we straks maar weer twee stappen vooruit maken.”

De Gelderlander

Hoofdsponsor: