Vitesse clubarts Leo Heere. Marathonman
Honderd marathons, hoe doet u dat?
„Het voelt goed dat het is gelukt. Ik zie als arts bij sportmedisch centrum Papendal heel wat geblesseerde lopers. Ik had nooit iets. Dat komt doordat ik niets op- of afbouw. Ik loop al jaren vijf, zes keer in de week, zestig kilometer in totaal. Intervallen doe ik niet, wel pak ik vanuit huis in Doorwerth veel heuvels. Verder gebruik ik verschillende schoenen en loop ik op zachte ondergrond.”
Waar komt uw passie vandaan?
„Mijn eerste marathon liep ik in 1981 in Rotterdam. Dat was toen de eerste editie. Ik heb daarvoor gevoetbald en geturnd. Toen ik in 1974 op Papendal ging werken, had ik minder tijd om te voetballen en ben ik gaan lopen. Nu nog heb ik altijd hardloopspullen bij me. Als er een patiënt uitvalt, ga ik in de tijd die vrijkomt lopen. Ach, de een laat de hond uit, de ander fietst. Het gaat vanzelf. En omdat ik afviel, gingen marathons steeds sneller. Ik begon met 3 uur en 15 minuten, nu doe ik er 4 uur over.”
Vanzelf? U hebt toch diabetes?
„Klopt. Die ziekte heb ik ontwikkeld toen ik al liep. Ik heb type I, ik maak te weinig insuline aan.
Een sportarts adviseerde geen marathons meer te lopen. Dat negeerde ik omdat lopen goed voelde. Gemiddeld liep ik drie marathons per jaar. Inmiddels is alom bekend dat bewegen een gunstig effect heeft op diabetes. Van type 2, ouderdomssuiker, kun je door bewegen zelfs genezen.”
U bent erg actief in het uitdragen van die boodschap, waarom?
„Het is mijn manier om een positieve wending te geven aan een ellendige aandoening, waar je zoals ik nooit meer vanaf komt. Ik ben ambassadeur van de Bas van de Goor Foundation, genoemd naar de volleyballer die suiker heeft.
Zondag heb ik een cheque van 2.500 euro aan de foundation overgedragen. Op Papendal houd ik spreekuur voor diabetici die willen sporten. Want dat vergt nogal wat aanpassing met eten en zo.”
Hoe valt uw hobby bij Vitesse?
„Ik heb Marc van Hintum ooit horen zeggen dat ’ie het ook wilde proberen en zo waren er meer. ‘Binnen drie uur’ denken ze dan maar dat valt vaak toch tegen.”
Waarom koos u zondag voor de weinig aansprekende Dijkenloop?
„Ik heb gelopen in Kaapstad, Boston, Londen. Dit keer wilden mensen met mij meelopen. Leeuwen is dichtbij, intiemer en niet zo duur als grote stadsmarathons.”
Heeft u de honderdste gevierd?
„We hebben even geborreld, niet echt uitbundig. Honderd is leuk maar niet iets wereldveroverends”
Wat wordt de volgende?
„Die van New York, in november. Maar ik wil minder marathons lopen, eens een dagje overslaan als dat sociaal gezien beter uitkomt.”